[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
Kwaliteit van het HBO
Er is veel onrust ontstaan over kwaliteit van het HBO in het algemeen
en een aantal opleidingen in het bijzonder. Het WO lijkt wat minder
gevaar te lopen voor dergelijke negatieve publiciteit. Twee zaken
zijn hierbij opmerkelijk. Op de eerste plaats gaat het om
geaccrediteerde opleidingen. Het aantal kilo’s papier dat per
studierichting/opleiding bij de keuringsinstantie is bezorgd, is
aanzienlijk, maar deze hoeveelheid documentatie zegt vrijwel niets
over de werkelijke kwaliteit van vorming en onderwijs van de
studenten. Het gaat om de NVAO (= Nederlands –Vlaamse
AccreditatieOrganisatie). Het is voornamelijk een keuring op basis
van kriteria die de laatste decennia staan voor management van een
onderwijsinstelling en een studierichting/opleiding. De verwerking
van die informatie en de contrôle-activiteiten worden door de NVAO
uitbesteed aan waarschijnlijk bevriende bedrijven die uiteraard
keurig gecertificeerd zijn. Deze bedrijven mogen voor al die
inspanningen een buitengewoon interessante prijs opvoeren. Zo is er
een geprivatiseerde accreditiseringsbureaucratie ontstaan, met veel
eigen belangen, en grote kosten voor het onderwijs. Geprivatiseerde
organisaties die overheidstaken uitvoeren moeten argwanend gevolgd
worden. De NVAO moet zo snel mogelijk afgeschaft worden. De
onderwijsinspectie, waarvan de verhouding met landelijke overheid en
politiek continu aandacht verdiend, moet dit werk verrichten en
daartoe in staat (gesteld) zijn.
Op de tweede plaats wordt iedere keer zorgvuldig ontweken waar de
oorzaak zit van tegenvallende onderwijsopbrengsten. De laatste
decennia is massaal gebagatelliseerd dat goed onderwijs in sterke
mate afhankelijk is van leraren die sociaal en communicatief
competent moeten zijn, maar vooral
vakinhoudelijk/leerstofinhoudelijk bekwaam en ambitieus. Door de
onderwijsverantwoordelijken is massaal gegokt op de mogelijkheid dat
mensen met begeleidingscapaciteiten (coachers), inhoudelijk gesteund
door ICT (informatiecommunicatietechnologie) goede en zelfs
excellente leerprestaties zouden kunnen realiseren. Een droevige
vergissing. Een leraar die goed kan coachen maar niet voldoende kan
rekenen, bereikt geen meerwaarde in de rekenen-prestaties. Dit
eenvoudige voorbeeld is exemplarisch voor veel vakgebieden. De
leerstofbekwaamheid van de leraar en de waardering daarvan moeten
hersteld worden. Het belang van sociale en communicatieve
intelligentie en vaardigheid is in het leraarschap van groot belang.
Wil men eenzijdigheid in het leraarschap voorkomen (en dus meer
bekwaamheid in het samenwerken realiseren) dan is een goede algemene
ontwikkeling (‘Bildung’) gewenst. Zulke leraren zijn duurder, en dat
zal wel een groot probleem zijn.