[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
Hanewinckels Algemeen en Persoonlijk Belang
In 2009 verscheen het boek Op reis door de Meierij met Stephanus
Hanewinckel. Voettochten en bespiegelingen van een dominee,
ingeleid door Frank Meijneke. De tochten en de bespiegeling van
Hanewinckel vonden plaats in de periode 1798-1850. Hij leefde van
1766 tot 1856. De nieuwe uitgave is een reden om anno 2010 bij zijn
boek stil te blijven staan. Het Noord-Brabants Historisch
Jaarboek 2010 wijdt maar liefst vier artikelen, bewerkte teksten
van lezingen, aan Hanewinkels reizen (Jacques Baartmans, Theo
Clemens, Joost Rosendaal en Anton van de Sande) en het werk van
Frank Meyneke wordt gerecenseerd door Charles Jaspers.
De titel van de nieuwe uitgave laat al zien dat het boek een mengsel
is van aantekeningen van ondernomen tochten en van overwegingen bij
het componeren en schrijven van het boek dat in de toen
gebruikelijke vorm van fictieve brieven is geschreven. Je kunt het
boek zien als een vorm van literatuur maar ook als een documentaire.
Bij dit laatste perspectief komt uiteraard de vraag naar voren in
hoeverre Hanewinckel realistische beschrijving, dus
geschiedschrijving, beoogde. Hij was er wel degelijk op uit om de
ware toestanden van de provincie Noord-Brabant te beschrijven, en
dus is de vraag naar zijn persoonlijke omstandigheden en zijn
maatschappijvisie relevant.
Stephanus Hadewinckel, die gevestigd en werkzaam was in het
grotendeels Katholieke generaliteitsland Noord-Brabant, schreef zijn
Reize door de Majorij (1798) en andere boeken in een tijd die
gekenmerkt werd door de gevolgen van de Franse revolutie en de
Bataafse Republiek. Ook een tijd van economische malaise;
schoolmeesters en dominees werden overigens meestal wel ontzien als
het aankwam op de betaling van de (lage) ‘tractementen’. In de jaren
van 1795 tot in en na 1798 veranderde het sociale klimaat:
aanvankelijk overheerste nog een zekere samenwerking tussen de
geloofsrichtingen, maar vrij spoedig trad er verharding op. De
Katholieken eisten hun (vaak verwaarloosde) kerken en andere
goederen terug, de zogenaamde ‘kerknaastingen’, en ze waren
regelmatig niet te beroerd om diverse soorten wraakoefeningen te
plegen (de zogenaamde ‘stoutigheden’).
Dominee Hanewinkel voelde zich als protestant (gereformeerd)
aangetrokken door de ideeën van de Verlichting die in Katholieke
kring juist verworpen en bestreden werden. Men kan ook wel staande
houden dat de Verlichting meer in lijn lag van het Protestanisme en
dat de Katholieke Kerk gezien werd als een bolwerk van
conservatisme. Merkwaardig is dat in allerlei geschriften bij
voorkeur afgegeven wordt op de katholieke achterlijkheid in het
buitenland. Directe kritiek op situaties in het eigen land was
kennelijk riskant, minstens al om een zeker nationaal geloof in
tolerantie in stand te houden. Men was in de loop van de 18e eeuw
gaan denken in termen van ‘vaderland’, dat later bleek samen te
vallen met ‘moederland’. Strijd tussen Protestanten en Roomsen werd
in eigen land graag vermeden. In eigen Protestantse kring ging men
wel wat verder met antipapistische betogen. Protestanten hoopten dat
met een mooi beleid Katholieken wel genoegen zouden nemen met een
Protestantse natie. De vaardigheid om mooi te praten en anders te
denken ontwikkelde zich voorspoedig.
Hanewinckel paste zich niet aan deze stijl van denken en schrijven
aan. In dat opzicht was hij een belezen en taalvaardige boer uit de
provincie. Hij was grof en beledigend, sloeg een verkeerde toon aan,
en gedroeg zich populistisch. Typerend is de wijze waarop
Hanewinckel aankeek tegen een zelfstandige provincie Noord-Brabant.
Hij zag die absoluut niet zitten. De Brabanders waren daar zijns
inziens nog niet aan toe: ze waren ongeletterd en ongeschikt om te
besturen. En het functioneren als provincie zou ook nog eens veel te
duur uitpakken. Hij vond de Katholieke Brabanders gewoon dom. Zijn
neerbuigende generaliseringen gingen erg ver, en veel effect hebben
ze niet gehad. Hier zien we een eerste tegenstrijdigheid in het
optreden van Hanewinckel. Hij reisde wel degelijk als een betrokken
man door de provincie ( verder dan even voorbij de Duitse grens kwam
hij nooit) maar spuwde ook graag zijn gal.
De gevolgen van de Franse Revolutie en de komst van de Fransen bleek
ook een tegenstrijdige zaak voor de godsdiensten, zeker voor het
katholicisme maar ook voor het protestantisme. Godsdiensten werden
gelijkberechtigd verklaard, maar die gelijkberechtiging werd gemeten
aan de ideeën van de revolutie. Voor Katholieke organisaties
betekende het herwinnen van vrijheid en gelijkheid tegelijk ook een
achteruitgang in de positie die men ooit had gehad. De restauratie
waar men naar verlangd had zou nog ruim 50 jaar op zich laten
wachten. Ook bij Hanewinckel zien we hier tegenstrijdigheden. Hoewel
hij de ideeën van de Verlichting onderschreef en hij het
Katholicisme niet verlicht genoeg vond (juist helemaal niet
verlicht), betreurde hij de ondergang van de Protestantse
dominantie.
Hanewinckel noteerde doorgaanse ware toestanden, maar belichtte ze
eenzijdig vanuit een groot superioriteitsgevoel. Als verlichte geest
wilde hij de domheid bestrijden en deelde hij ook allerlei kennis en
inzichten uit. Zijn politieke droom van een combinatie van 1.
verlichte ideeën, 2. Protestantse macht in overheden en aanverwante
instellingen en 3. Katholieke volgzaamheid wankelde al na enkele
jaren. Een wereld met een Protestantse morele gezindheid (nu
‘burgerschap’ genoemd) bleek een ingewikkelde wens. Geleidelijkaan
stortte zijn kaartenhuis helemaal in en kwam het Katholicisme niet
alleen in een meer gelijkwaardige positie met de Protestantse
stromingen, maar bleek het ‘conservatisme’ niet ten onder te gaan in
een verlichte wereld. Zo bleef Hanewinckel een gefrustreerd profeet
in eigen land. Dat hij actief zijn visies op papier zetten, kunnen
we achteraf positief waarderen. Mogelijk dat 200 jaar na zijn Reis
door de Meierij onze geest gescherpt wordt door wat hij schreef en
door het historisch onderzoek daarmee in verband.