logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

BONN EN DEURNE: EEN ROMANO-BARBAAR 

Over enige tijd zal ik een artikel publiceren over de Romeinse (gouden) helm die in 1910 in de Peel is gevonden. Ik heb alle literatuur over en naar aanleiding van die vondst doorgenomen en geef daarvan een overzicht. Ik kom tot nieuwe conclusies. Het oude verhaal over de helm (zie hierna) laat ik hier (gecorrigeerd) nog even staan. Maar ik sta niet meer achter de conclusies van 2008. 

In Bonn 2008 was een dubbeltentoonstelling van grote kwaliteit, die een sterke inspiratie biedt voor onderzoek en studie van het eerste millennium n. Chr. in Europa. Maar wie overstelpt wou worden met indrukken van prachtige sierraden (voornamelijk uit graven van onbekende vrouwen die van aanzien waren en macht hadden) was op een goede plaats. Het ging om de exposities Rom und die Barbaren. Europa zur zeit der Völkerwanderung en Die Longobarden. Das Ende der Völkerwanderung. De catalogi van de tentoonstellingen wogen ettelijke kilo’s (en kosten samen bijna € 50) en boden alle beschikbare informatie. Wie toen door Bonn liep, moet opgevallen zijn hoe indringend deze tentoonstellingen onder de aandacht worden gebracht. Op honderden plakkaten stond prominent afgebeeld een gouden helm van een ‘Romein’. Deze helm was een van de stralende onderdelen van de tentoonstelling (over de barbaren) en komt uit het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een van de weinige Nederlandse bijdragen. Deze helm is de bekende helm die in 1910 in de Peel gevonden is. In 2006 is in Meyel over deze helm een voortreffelijk congres gehouden (E.D. 18 maart 2006) en ter gelegenheid daarvan verscheen onder redactie van J. Pouls en H. Cromvoets het boek De gouden Helm uit de Peel. Feiten en visies, een schittererend boek. Wie de tentoonstellingen grondig bekeek, zag dat dit boek wetenschappelijk gezien op het goede spoor zat. Dat er een Romeins officier in de Peel verdwaald was en daar jammerlijk om het leven gekomen, zoals de overlevering vertelde, geloofden de wetenschappers al niet meer. Vooral Nico Arts pleitte voor de theorie van een soort deposito-vondst: de gevonden spullen waren een offer van iemand die een belangrijke taak had vervuld in het Romeinse leger. Een de sprekers van het congres in Meyel was de internationaal bekende archeologe Carol van Driel-Murray. Zij besprak de Deurnese vondsten al eerder in een artikel in de Bonner Jahrbücher: A late Roman assemblage from Deurne (2000). Op de tentoonstelling klonk dit artikel (en het Meyelse congres) door. De interpretatie is nu dat een Romaanse-barbaar (een ‘Brabander’ die in het Romeinse leger ongetwijfeld een hoge functie had) in de Peel zijn militaire leven ritueel afsloot met een offer aan de goden om vervolgens met veel succes aan een volgende fase te beginnen in zijn loopbaan, waarschijnlijk als villa-eigenaar en grootgrondbezitter. De algemene strekking van de tentoonstelling was dat Romeinen en ‘Barbaren’  soms vijanden waren maar vaak ook niet. Een verslag van de vondsten en de verdere verwikkelingen daarmee in verband is in diverse heemkundige publicaties aan de orde gesteld (A.F. van Beurden, W. Heeren, H.N. Ouwerling en H. Maas). In 1907 publiceerde Maas zijn roman Het goud van de Peel. Daar ging het over de turfwinning. De titel van dit boek kreeg dus een onverwachte bijbetekenis. Na de oorlog publiceerde Maas een roman over Eindhoven, De liefde va Jo Faro, waarvan de oplage pal na het verschijnen opgekocht werd door Philips. Antoon Coolen bracht later in zijn roman De grote voltige later de ontwikkeling van DAF in beeld, en daarin was Deurne ook weer een centrum. Deze roman bleef in de handel. En de romano-barbaarse helm van Deurne is na 1700 jaar nog steeds actueel nieuws.

 


Valid HTML 4.01!