logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

VROUWENMANTEL en ZOMEREIK
Twee historische romans van Frans Hoppenbrouwers


Frans Hoppenbrouwers heeft een duo-roman geschreven over de vestiging van de eerste mensen in de Kempen of - zoals deze streek in beide boeken genoemd wordt- Kemphaanland.
De geschiedenis speelt zich af in de steentijd, naar schatting ruim 10.000 jaar geleden. Jaarlijks trekken enkele groepen grottenbewoners naar deze regio, totdat er een jaar komt dat twee jonge paren niet meer terugkeren naar de grotten om daar de winter door te brengen. Het klimaat is zachter geworden. Ze komen de winter goed door, sterker nog: elk paar krijgt een baby. Als de andere grottenbewoners in de lente terugkeren in Kemphaanland, dan zien ze de gezinsuitbreiding en besluiten ze na rijp beraad voortaan ook in De Kempen te blijven.

De romans roepen natuurlijk de vraag op waar de immigranten vandaag kwamen: uit welke grotten en welke weg legden ze af? Uit diverse aanwijzingen volgt dat we aan de Ardennen moeten denken, een stevig heuvelachtig landschap, met primitieve paden en ruime grotten waarin enkele families een half jaar kunnen leven. De jaarlijkse voettocht van en naar De Kempen duurt een dag of 15. De grote rivier die overgestoken moet worden is de Maas. De plaats van vestiging in De Kempen is ook geaccidenteerd en wordt doorsneden door beken. De Malpie zou in aanmerking kunnen komen. Op de Stepkesberg ten zuiden van Valkenswaard zijn vondsten uit de steentijd gedaan. De omgeving van Luiksgestel -het hoogste gebied van onze provincie- is ook mogelijk.

De romans leren veel over de manieren van leven en overleven in de steentijd. Van alles komt aan de orde over kruiden, de jacht, het bereiden van maaltijden, het bouwen van tenten en hutten, het maken van wapens en het produceren van alcohol. Het malen van graankorrels wordt ontdekt, er komt dus brood op de plank, een wild veulen wordt gevangen en getemd en twee wolvenjongen worden (op-)gevoed. Wetten en tradities zijn belangrijk maar ook de discussie over de geldigheid ervan. De auteur heeft zich grondig gedocumenteerd en toont een sterk inlevingsvermogen.

Hoofdlijn in dit dubbel-verhaal is ongetwijfeld de verhouding van mannen en vrouwen. Hoppenbrouwers laat in allerlei situaties doorklinken dat vrouwen beter in staat zijn om het leven van alledag te regelen dan de mannen, die natuurlijk wel een eervolle rol hebben of krijgen toebedeeld. Eigenlijk is voortdurend aan de orde de emancipatie van de vrouw in de steentijd en dat is dus een stuk eerder in de tijd dan ons vaak voorgehouden wordt. In plaats van Kemphaanland was de naam Kemphenland dus ook erg toepasselijk geweest.

Ook de titels van de boeken moeten begrepen worden tegen de achtergrond van de amancipatie-evolutie. De oude(re) vrouw Linda beschikt over een grote kennis van de kruiden en de geneeskrachtige werking ervan. Ze heeft een scherpe kijk op lichamelijke kwalen maar ook op de werking van gevoelens en gedachten. Een geweldig krachtig kruid werd door Linda moederkruid genoemd, een kruid dat later Vrouwenmantel heet. Ze overlijdt tijdens het belangrijke zomerkamp als de twee stelletjes niet meer teruggaan naar hun grotten in de Ardennen. Linda wordt met veel eerbied begraven en op haar graf wordt een eikel in de grond gelegd, waaruit na jaren de Zomereik groeit.

De stijl van Hoppenbrouwers is rustig en weloverwogen. Opmerkelijk in Zomereik zijn de passages waarin hij herhaalt wat de lezer al meegemaakt heeft ; vooral de overgang van herinneringen naar de actualiteit is sterk verteld. Deze overgangen laten een grote taalvaardigheid zien. Opvallend in de dialogen is wel dat de personen zich bedienen van een nogal plechtig en bijna schriftelijk taalgebruik. Dat stoort na enige gewenning niet, het valt wel op, en het is natuurlijk historisch interessant of steentijders op die manier hun taal konden gebruiken. Maar alles bijeen: waardevolle literatuur, al of niet in vakantietijd en al of niet thuis of in de Ardennen.

Valid HTML 4.01!