[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
De Jager, de Prooi en de Coach
Welke rol speelt coaching of kan coaching spelen in grote
veranderingen van bedrijven, overheidsorganen en andere
organisaties? Zulke veranderingen hebben vaak ook ingrijpende
maatschappelijke gevolgen. Het is niet zo dat coaching alleen plaats
vindt in de fasen nadat heldere en transparante besluiten genomen
zijn en verantwoordelijkheid duidelijk elders gelocaliseerd kan
worden. Allerlei coachingssituaties spelen een rol in het zoeken van
een koers, strategie en beleid.
Voor allerlei vormen van advisering is dat natuurlijk nog duidelijker
het geval. Dat wordt meteen al duidelijk als we het artikel De beste
adviesbureaus van Nederland (TVC december 2009) doornemen. Ik wil in
dit artikel de blik graag gericht houden op coaching, om
oeverloosheid te vermijden. Het gaat dus om een meer sociologische
benadering van coaching. Ik heb de indruk dat op dit terrein amper
onderzoek is verricht en dat er erg weinig over bekend is. Dit
artikel is dan ook niet meer dan een aanzet.
Het boek De Prooi. Blinde trots breekt ABN AMRO van Jeroen
Smits is een documentaire die onder meer laat zien dat ego-waan en
eigendunk, hebzucht, geldingsdrang en onderlinge naijver en jaloezie
moeilijk te combineren zijn met openheid over de mate van
deskundigheid, competenties, maatschappelijke verantwoordelijkheid,
wijsheid en integriteit. De documentaire berust op voldoende bronnen
om erop te vertrouwen dat inderdaad blinde trots leidde tot een
klaarblijkelijk onontkoombare tragedie. Erg opvallend is hoe weinig
de top weet van het dagelijkse reilen en zeilen van de eigen
regionale en lokale banken, nog niet eens ziet waar de feitelijke
opbrengsten en kosten werkelijk vandaan komen, hoe gebrekkig en
misvormd onderling overleg verloopt en hoe dubbel allerlei
advisering is. Smit heeft de complexe materie chronologisch
geordend, een verstandige keuze. Er kan nog veel nader onderzocht
worden. Ongetwijfeld zullen bepaalde hoofdrolspelers nog met een
eigen tractaat komen. Het inzicht in wat er gebeurde kan daardoor
toenemen: inzicht in wat technisch-financieel fout ging, in de vraag
waarom reorganisaties zo moeizaam verliepen en eigenlijk mislukten,
en in het professionele en morele handelen van de met name genoemde
personen.
Vijandigheden bestrijden
In deze tragedie is er ook sprake van coaching in het kader van
de strategie van de top van de bank. Het gaat dan vooral om
functionarissen in de lagen net onder de top. Kan in zo’n situatie
coaching op kenmerken van iemands functioneren, op competenties, en
op persoonlijke eigenschappen uitkomsten bieden? Of zijn posities,
emoties, belangen te groot voor een nogal vredelievend middel als
coaching? Het boek biedt wat dit betreft een onthullende inkijk. Een
inkijk die ook allerlei vragen oproept over de professie van de
coach in dit soort situaties.
Op een gegeven moment durft iemand, een relatieve buitenstaander, te
constateren dat er groeiende vijandigheid in de Raad van Bestuur en
de Raad van Commissarissen. Daar ligt dus het probleem en iemand
moet dat zeggen. De opmerking wordt serieus genomen en men heeft
vernomen dat coaches dan nut kunnen hebben. Eric van de Loo draaft
op. Hij schijnt een soort professor te zijn en is verbonden aan een
Haags adviesbureau. Dit adviesbureau werkt op het gebied van ‘leiderschap-,
mens- en organisatie-ontwikkeling’. Leiderschap staat voorop, zoals
u ziet. Het motto van deze organisatie luidt: Onze innerlijke
motivatie is een bron van vertrouwen voor de wereld om ons heen.
Niet onmogelijk natuurlijk, maar je moet dan wel de aard van de
innerlijke motivatie van ‘ons’ kennen, en dat soort kennis is nog
niet zo gemakkelijk te verwerven. In elk geval: de coaches van het
bureau zijn sinds 1999 betrokken bij de bank. Men kan terugzien op
enkele jaren ervaring met elkaar. Ze kosten ongeveer 500 euro per
uur en behoren daarmee naar eigen zeggen in ieder geval qua prijs
tot de top van de markt. Met minder prijs kan ABN AMRO natuurlijk
niet bediend worden. Of top van de markt ook gehaald zal worden op
het terrein van kwaliteit is een punt van aandacht. Dat bekijken we
nu nader. Het adviesbureau koopt zich eigenlijk zo zwaar in dat
succes geëist zou moeten worden, maar dat gebeurt waarschijnlijk
niet.
Luisterende coaches
Om zijn werk goed te kunnen doen gelooft Van de Loo dat een
goede coach af en toe de diepte in moet om naar wortels te zoeken,
aldus Jeroen Smit. Het is wel een metaforische taalgebruik, maar de
meeste coaches zullen dit wel beamen. Vragen zijn er professioneel
gezien binnen enkele seconden: wat is ‘af en toe’, welke diepte en
welke wortels? Van de Loo weet al wel dat zijn topklanten een
broertje dood hebben aan geestelijke diepte en emotionele wortels.
En ja hoor: supertopper Rijkman Groening (die veel steun krijgt van
zijn vrouw Irene en na het bereiken van zijn toppositie veel om zijn
thuis en zijn gezin is gaan geven) heeft daar vaak geen zin in. Daar
moet Van de Loo bij hem niet mee aankomen. Ook niet met de gedachte
dat een groot leider op zijn innerlijk kompas moet durven varen
simpelweg omdat je niet alles ‘op je verstand’ kan doen. Weer het
metaforische taalgebruik (op een innerlijk kompas varen…, iets wel
of niet op je verstand doen…, dus dat innerlijke kompas is dan iets
anders dan met verstand werken…, maar we weten niet wat…), maar er
zit wel iets in: er is zeker wel een soort intuïtie, die je
waarschijnlijk niet los moet zien van verstand en expertise, maar
die zeker niet hetzelfde is als (achteraf) rationaliseren. En dat
laatste kan Rijkman wel: rationaliseren tot iedereen uitgeput aan
zijn voeten ligt. Een intelligente en ontembare autist? In elk
geval: coaching kan voor de rest van de organisatie een bepaald nut
hebben en dat mag ook best wat kosten en die kosten kun je als
investering weer laten zien, vooral ook om verwijten te voorkomen
dat je niets met de coachingssuggestie hebt willen doen. Jammer dat
we geen protocol hebben van de coachingspoging met Rijkman.
Van de Loo demonstreert aan de lopende band wat goed luisteren is;
hij doet dat gewoon voor. Veel managers vergeten volgens hem om echt
te luisteren. Niet slecht gezien, maar tegelijk toch weer een zeker
halfzacht verklaren van het professionele coachen. Luisteren is
zeker wel een algemene competentie, maar goed luisteren hangt samen
met het begrijpen van een context en vooral ook van inhoudelijke
aspecten. De vraag is: waar luister je goed naar? Om er nog een
schep bovenop te doen: is goed luisteren hetzelfde als begrijpen en
is begrijpen bijna automatisch instemmen en goedkeuren, als je geen
inhoudelijk tegenwicht kunt bieden. Rijkman neemt dat goed luisteren
echt niet serieus, en de vraag is of hij daar altijd wel ongelijk in
heeft. Kun je dit soort machtsmensen overtuigen met inzichten in
karaktereigenschappen en interactieprocessen?
Buy-ins toelaten
Van de Loo doet op een bepaalde moment naar mijn mening een
goede actieve zet. Managers moeten ruimte maken voor een buy-in voor
medewerkers. Medewerkers moeten in hun verhaal kunnen stappen. De
manager dwingt zich dan om even bewust zijn eigen gelijk (zijn kijk
op de beste oplossing) te verlaten. Alternatieve zienswijzen en
kanttekeningen krijgen dan meer kans. Een hypothese die ze niet
kunnen weerleggen: de tijd die het kost wordt terugverdiend door
mogelijk betere oplossingen en minder onbegrip, ongenoegen en
meestribbelwerk. Deze zet vind ik goed omdat ze namelijk duidelijk
operationeel te maken is. Loop hier als manager maar eens om heen,
dat valt niet mee. Van de Loo heeft het over de weg van autoritair
naar autoriteit. Macht had de manager, directeur of bankier al, nu
kunnen buy-ins je gezag (autoriteit) vergroten. Dit verhaal komt
over en ongeveer 200 topmanagers worden uitgenodigd om een eigen
coach te zoeken uit een groep coaches die door de bank goedgekeurd
zijn. Veel managers doen kennelijk mee en een dertigtal coaches
wordt ingezet voor deze vorm van functie- en stijlontwikkeling.
Opvallend punt is hier dat centraal uitgemaakt moet worden wie als
coach in aanmerking komt. Interessant punt van aandacht.
Leiding geven
De coaches moeten de bankiers laten zien wat dezen met hun
pace-settingleiderschap allemaal aanrichten bij hun ondergeschikten.
Jezelf leiden is immers een voorwaarde om anderen productief te
leiden. De bankdirecteuren moeten alternatieven voor hun handelen
ontdekken. ABN AMRO vindt vijf leiderschapsstijlen belangrijk:
pace-setting (dominant sturend), democratic (goed luisterend),
authorative (gebiedend), coaching (ondersteunend) en affirmative
(bevestigend). De managers moet drie van deze stijlen beheersen.
Kennelijk wordt uitgegaan van situationeel leiderschap, want in die
zienswijze komt elke stijl wel eens aan de orde. Tamelijk makkelijk
kunnen switchen tussen de stijlen is ook belangrijk. Merkwaardige
situatie: waarom drie stijlen als ze alle vijf belangrijk zouden
zijn? Er is in de documentaire niets te bespeuren van een denken in
leidinggevende teams waarin de stijlen van de een door die van de
ander(en) worden gecompenseerd en aangevuld. In de praktijk zal er
wel zo iets zijn. Of moeten we de vijf stijlen niet al te serieus
nemen: de pace-stetting is juist het probleem, dus die valt af als
coachingsdoel (dat wordt immers al beheerst) en een affirmatieve
stijl nemen we mee in de coachingsstijl. Democratisch leiding geven
houdt ook wel in dat je goed presteren bevestigt, bij voorkeur op
basis van duidelijke indicatoren. Zo houden we er drie over die in
diverse probleemsituaties effectief zijn: democratic, coaching en
authorive. Genoeg gespeculeerd, kern van de zaak is: waarom de keuze
dat drie stijlen van de vijf beheerst moeten worden? Welke visie zit
daar achter, op personen en op een organisatie? Waarom niet de keuze
van integraal leiderschap met vijf, vier of drie duidelijk
omschreven componenten? De documentaire biedt te weinig om met dit
soort vragen aan de gang te gaan.
Het is, volgens mij, ook niet zo dat deze stijlen gedacht moeten
worden in los van elkaar staande situaties. Juist het feit dat er
‘democratic’ veel uit de kast is gehaald, wettigt op een gegeven
moment een gebiedende stijl, zeker als het gebouw in brand staat of
bij een ander ernstig probleem. Interessante vraag is hoe een coach
het inzicht van de manager in diens functioneren kan laten ontstaan.
Hoe moet dat? Hiervoor worden de ondergeschikten ingeschakeld: er
wordt gewerkt met ‘direct reports’ van de mensen die het weten
kunnen ( maar daarom nog niet per se zeggen wat ze denken). Elk jaar
worden de stijlen die een bankier ‘hanteert’ gemeten en het
resultaat van de meting komt in een functioneringsgesprek aan de
orde. Ongetwijfeld komen er fraaie grafiekjes in het rapport, want
het oog wil ook wat.
Teamspirit
Ruim 130 managementteams die aan de zojuist genoemde 200
bankiers rapporteren, worden uitgenodigd voor het zogenaamde
‘Velocity-programma’ dat mikt over verbetering van de samenwerking
en de teamspirit. Een tweedaagse training onder het verstandige
motto: Alleen red je het niet. De teams moeten bijvoorbeeld een
bouwwerkje of apparaat maken waarvan de kwaliteiten serieus bekeken
worden. Jeroen Smit meldt dat het Velocityprogramma de hele bank
doorrolt en tientallen miljoenen kost. Algemeen bekend is dat veel
mensen dit soort oefeningen gezellig vinden. Ze verbeteren vaak ook
wel de onderlinge sfeer. Dit alles gebeurt voornamelijk in de
periode mei 2002 tot en met mei 2003, maar desondanks slaat in de
periode vlak erna de verlamming toe. De managementteams worden
omgedoopt tot leadershipsteams. Het inzicht dat management iets
anders is dan leiderschap wordt nu in een term gevangen. Tja…
Tot besluit
Kijken we naar het coachingsslagveld op basis van de
documentatie van Smit, dan lijkt het volgende gebeurd te zijn. De
supertop doet niet mee en dus de toppers net daaronder ook niet,
maar ze staan wel toe dat wat meer bergafwaarts een en ander gaat
gebeuren en dat mag best wat kosten, tenminste als de goede dingen
door de goede mensen plaats vinden. Een extreem duur bureau gaat een
paar honderd managers (directeuren, bankiers) coachen op het vlak
van leiderschapstijlen, op basis van een op het eerste gezicht rare
filosofie. De groepen die aan deze managers rapporteren, mogen leren
samenwerken, uiteraard onder goedgekeurde leiding. Van afronding van
deze aanpak is niets te bespeuren. De resultaten zijn onbekend. Dat
het zo zou gaan lopen is niet verwonderlijk. Het beleid achter de
aanpak komt niet duidelijk en overtuigend over. Vlees noch vis. Over
de kwaliteit van het coachingswerk kunnen we niet oordelen.
Verantwoordelijkheid voor een mislukking moeten we meestal bij de
top leggen, juist een mooi voordeel van een hierarchie. Dat is nog
niet hetzelfde als schuld uitdelen, al wordt dat wel zo aangevoeld.
Rijkman Groening vindt al dit coachingsgedoe misschien nog wel
interessant maar veel betrokkenen weten dat de moeite niet aan hem
besteed is. Hij is door en door een rationalist en in die rationele
benadering past eigenlijk alleen maar: je vecht of je slaat op de
vlucht. De middenweg (dus niet de middelmaat) is hem onbekend en hij
is er niet toe in staat. In de top van het bedrijf is wel de macht
georganiseerd maar het gezag ontbreekt. Als die top zich niet
persoonlijk betrokken en verantwoordelijk voelt voor reorganisaties
met structuur-, cultuur en gedragsveranderingen, dan gebeurt er
wellicht veel maar niet wat er moet gebeuren. Volgens mij is dat bij
ABN AMRO gebeurd.
De coaches voelen goed hoe moeilijk het is om ambtshalve arrogante
mensen van eigen gebrek aan kwaliteiten te overtuigen. Coaching
heeft alleen zin als de betrokkene zelf weet dat de zaken vast
lopen. De gehele erg dure onderneming zal zeker wel situationeel
positieve effecten gehad hebben, maar van een bijdrage aan het
werkelijke ABN AMRO-probleem is geen sprake. In het grote drama dat
zich voltrekt heeft de coaching geen direkte invloed. Het lijkt een
randgebeuren. Toch kunnen we niet uitsluiten dat veel medewerkers
bij de bank of elders (na hun ontslag) er veel aan gehad hebben. Wat
in het groot het (onhaalbaar) doel niet bereikte, kan op beperkter
schaal positief gewerkt hebben. De prijs was lachwekkend hoog, maar
dat zal velen een zorg zijn, want de bank betaalt. Het adviesbureau
had financieel succesvolle jaren. Zo blijkt wanbeleid ook weer
voordelen te bieden. Voor de coachingswereld ligt hier een
belangrijk thema voor studie en onderzoek. En dat is ook mooi
meegenomen.