[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
SINTERKLAAS EEN ZINGEND FEEST
In de oude parochie-archieven staat vaak aangetekend dat er zingende
of lezende missen plaats vinden. Niet ‘gezongen’ of ‘gelezen’ maar
‘zingend’ of ‘lezend’. Een wat raar taalgebruik. Ook toepasbaar op
het Sinterklaasfeest. Dat feest staat namelijk duidelijk in het
teken van een boek. Op iconen staat Sint Nicolaas vaak afgebeeld met
een boek in de hand. Ook het feest van letters en cijfers die cadeau
gedaan worden. En niet te vergeten het feest van gedichten en van
liedjes die gezongen worden. Een zingend feest inderdaad. De Sint
Nicolaas-cantate van Benjamin Britten is misschien wel het
beroemdste muziekstuk dat zingt over Sint Nicolaas. De
Nicolaas-legenden worden in dit kunstwerk prachtig en krachtig
verwoord.
Heilig kind
Heiligen blijken soms al heel vroeg rijp. Sommigen riepen vanuit de
baarmoeder of konden staan meteen na de geboorte. Anderen sprongen
vol enthousiasme in de doopvont en in het heilige water. Baby’s
konden drie dagen na de geboorte al schrijven, werden geboren met de
tonsuur of wankelden richting klooster zodra zij begonnen te lopen.
Sint Nicolaas zou al aan de moederborst begonnen zijn met vasten;
hij zoog alleen op woensdag en vrijdag. In de cantate wordt over
zijn geboorte het volgende gezegd (vertaald):
Nicolaas werd door verhoring van gebed geboren, en ter wereld komend
riep hij uit: God zij verheerlijkt. Windsels en bedje wachtten hem,
maar Nicolaas klapte in beide handen en riep: God zij verheerlijkt.
Onschuldig en vrolijk, puur en rein, kwam hij in luister op aarde om
er te vertoeven. God zij verheerlijkt. Het water kabbelde Welkom in
de badkuip die naast hem stond; hij dook erin met open ogen, hij
zwom, hij riep: God zij verheerlijkt. Toen hij met Kerstmis naar de
kerk ging, klom hij naar de vont om gedoopt te worden. God zij
verheerlijkt. Pelgrims kwamen om aan zijn zijde te knielen en te
bidden, hij nam toe in gratie, zijn naam werd geheiligd. God zij
verheerlijkt. Nicolaas nam toe in onschuld en luister. Zijn roem
verspreiddde zich als een regenboog over het land. ‘Nicolaas zal een
heilige worden’, riepen de buren. God zij verheerlijkt.
De zeeman
‘Sankt Niklaus war een Seemann’ zong Freddy Quinn (de zanger van ‘Heimweh’)
en daarbij zien we hem al aan de haven van Hamburg (Sankt Pauli)
staan. Veel steden aan wateren hebben een Nicolaaskerk of -kapel.
Amsterdam bijvoorbeeld. Op het Valkhof in Nijmegen staat een kapel
die men sinds enige tijd Nicolaaskapel is gaan noemen , sinds
aanvaard wordt dat deze kapel niets met Karel de Grote te maken
heeft. Soms is het verband tussen een Nicolaasverering en een water
niet meer duidelijk, zoals bijvoorbeeld in het geval van
Valkenswaard dat tussen de Dommel en de Tongelreep ligt, riviertjes
die vroeger een belangrijke transportfunctie hadden en ten zuiden
van Valkenswaard met elkaar verbonden waren. De cantate bevat een
prachtig lied over de zeereis van Nicolaas naar Palestina. Hij
voorspelt een hevige storm maar wordt luidkeels uitgelachen. Maar de
spotlust van de zeelieden wordt ongenadig afgestraft met een orkaan
van jewelste. De smeekbede van Nicolaas wordt verhoord: Het schip
zeilde verder zonder schade en de gehele schepping zong een psalm
uit liefdevolle dankbaarheid. Onder de sterren sliepen de zeelieden,
uitgeput door hun angst, terwijl ik neerknielde uit liefde tot God
in den hoge en zag zijn engelen in de hemel glimlachend op mij
neerzien en i k weende.
Een Turk?
Zo komt Nicolaas in Myra aan en wordt daar tot bisschop gekozen,
zoals de legende verhaalt. Myra lag in het land Lykië dat allerlei
havens had en sterk gericht was op de handel. Het tegenwoordige
Turkije. Sint Nicolaas kunnen we met een gerust hart een Turk
noemen. En dat Turken kunnen handelen, dat zal de komende jaren nog
duidelijker worden dan nu al bekend is. Hoort Turkije nu wel of niet
bij Europa en moet dit land bij de Europese Unie horen? We
realiseren ons dat de legendarische Sint Nicolaas een Turk was, die
–hoe we het ook keren of wenden- buiten gewoon goed in onze
maatschappij blijkt geïntegreerd.
Vervolging en verlossing
In de cantate wordt de vervolging van de christenen door de Romeinen
dramatisch beschreven. Nicolaas zit acht jaren gevangen : Ik lag
gebonden, veroordeeld om mijn eenzaam sacrament te celebreren met
gevangenisbrood, terwijl de wolven los liepen te midden van mijn
kudde. Gruwelijk daarin is het verhaal van ‘drie ingezouten
jongens’(pickled boys). Inderdaad, door het mes van de slager.
Nicolaas weigert in een herberg vlees te eten en door zijn gebed
keren de jongens weer tot leven en treden binnen. Zijn vroomheid en
wonderbare werken worden in alle ‘toonaarden’ bezongen. En hij
treedt krachtig op tegen het Arianisme op het Concilie van Nicea en
zegt keizer Constantijn de wacht aan. En deze passage wordt besloten
met de woorden: Wij houden zijn gedachtenis levend in legenden, die
onze kinderen en kindskinderen nog steeds als een schat bewaren. De
vrijgevigheid van Sinterklaas kan dus verklaard worden uit zijn
levensopvatting: zo weinig mogelijk voor zichzelf en zoveel mogelijk
voor anderen. Als je het zo ziet, blijf je er zeker wel even bij
stilstaan.