logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

Toespraak bij de presentatie van het boek 
KERK EN PAROCHIE VAN AALST

Mijn toespraak startte ik met een verwijzing naar de tentoonstelling. De tentoonstelling is kijken en lezen. Het boek is lezen en kijken. Daarna stond ik stil bij drie vragen: voor wie is het boek geschreven, met wie en door wie? En tenslotte kwam ik met een creatief idee van 1000 jaar parochie.

Mijn keuze was, en het parochiebestuur ging daarin mee, dat de doelgroep in eerste instantie werd gevormd door de mensen van Aalst die op betrokken zijn bij de kerken en parochies van Aalst. Deze keuze brengt mee dat je met een zekere voorrang rekening houdt met de verwachtingen van deze lezers (en kijkers). Dus een groot deel van het boek is een chronologisch verslag, waarvan ex-archivaris rector Pijnenburg zei dat het grondig op feiten is gebaseerd. Ook geen zwaar voetnotenapparaat, maar natuurlijk wel een stelsel van verwijzingen naar literatuur. In eerste instantie –let op mijn woorden- want er is wel degelijk ook aan andere doelgroepen gedacht. 

De tekst van het boek is vrij stevige kost, nogal informatiedicht maar wel goed volgbaar en leesbaar. Met vele mensen in Aalst heb ik contact gehad en gesprekken gevoerd. 
- In Aalst ben ik breed begonnen. Het parochiebestuur maakte dat ook wel makkelijk: lange lijsten met mensen die nog van alles van vroeger wisten. Sommige van deze mensen zijn terecht gekomen in een interview: Harrie Peters, Willy Schaar, Maria Luijten, Mathieu Heuijerjans, Lies van der Laak.
- Victor Jurgens en Jan van den Braak schreven een tekst die in het boek staat opgenomen: over de familie Van Grinsven, een gezin met zeven kloosterlingen, en over het onderwijs. 
- Bijzondere medewerking van: Maria Luijten met haar formidabele geheugen, Jan van den Braak (die veel over het onderwijs in Aalst naar voren bracht) , Zuster Isabella ( die energiek alles bij elkaar zocht over het klooster in Aalst) en Victor Jurgens (die een Kroniek van 100 jaar Kerk en parochie samenstelde en het archief systematisch aanvulde, rector Pijnenburg die de tekst zachtmoedig corrigeerde en ons hielp op het archief van het bisdom en Jan Spoorenberg (de meest kritische lezer en dus degene die ik hoog inschat vanwege zijn bijdrage aan het boek) en Jaap Walinga die in Waalre woont en werkt maar in Aalst enkele historische situaties verduidelijkte.
- De werkgroep Bep van Stipdonk, Johan Goris, Jan Thijssen en Victor Jurgens: het was een werkgroep die meewerkte en commentaar gaf op de tekst, en voor de uiteindelije keuzes ben ik verantwoordelijk. De samenwerking was voortreffelijk.
- Er is een lijst van 131 boeken of artikelen: aan deze mensen heb je ook veel te danken.

Mijn naam staat op de kaft en voor de tekst ben ik verantwoordelijk voor de tekst. Daarom zal ik over mijn positie en over mijn werkwijze iets vertellen. Over de geschiedenis van Aalst en ook over de kerk en parochie is veel geschreven door 
- historici en archeologen: zie de m.i. complete literatuurlijst: veel goed werk in Aalst en Waalre; een sterk gezelschap was en is actief
- twee historiografen: Stephan Zoetmulder en Evert Meijs.
Soms wordt over deze twee mensen wel wat geringschattend gedaan: ze zijn toch geen echte historici en dat woord historiograaf, ja wat is dat nou? Ik ben het met deze typering niet eens. De verdiensten van deze mensen voor de geschiedschrijving van Aalst zijn groot. Van niemand is het werk boven kritiek verheven. Ik behoor niet tot deze groepen en ik wil dat ook niet. Ik ben geen historicus of archeoloog en ik noem me ook geen historiograaf. Ik bedrijf onderzoeksjournalistiek en op basis daarvan publiceer ik en ben ik publicist, onafhankelijk van alles en iedereen. 
Een boek is tekst en beelden, en een boek krijgt ook kwaliteit door de afstemming van tekst, illustraties en kleur. Ike van Gerven is erin geslaagd om een moderne vormgeving tot stand te brengen, die ook jonge mensen zal aanspreken (want bij jongere generaties moeten we toch vaak met de vorm beginnen), een moderne vormgeving die tegelijk prachtig afgestemd is op het onderwerp van dit boek: de geschiedenis van twee parochies en twee kerken.

Iemand die zijn werk opvat en uitvoert als een onderzoekspublicist, zit er niet erg mee als tijdens de rit het onderwerp min of meer verschuift. Dat is in Aalst gebeurd. Ik ben begonnen met het verhaal van de oude parochie (fase 1), in en na de fusie kwam er de gedachte bij dat ook aan de Christoffelparochie aandacht besteed moest worden (fase 2), en pas het laatste jaar werd het boek geplaatst in het teken van twee jubilea (fase 3). U kunt dat laatste al aan de kaft zien. Het boek staat in het teken van een dubbeljubileum. Wat ik vertel kunt u zien in de opzet van het boek. In het voorwoord van pastoor Goris wordt op beide jubilea geattendeerd. Ik heb in het boek een groot hoofdstuk opgenomen over de Voldijn en Ekenrooi, maar het boek is grotendeels gewijd aan de ene oude parochie die Aalst. Hoe lang bestaat de ene parochie van Aalst? Weet u dat? Ik lanceerde hierbij een voorstel (tussen luim en ernst): 

Een voorstel, dat ik aan de feesten in Nijmegen ontleen. Het zou niet gek zijn als we aannemelijk maken dat de oude parochie gesticht is in 965. Met enige goede wil en creativiteit lukt dat wel. Ik lees voor uit het boek Leylijnen en Leycentra in de Lage landen (p.304) over een heidens “heiligdom’ in Aalst, namelijk een heilige eik die in 972 omgehakt zou zijn. Dus ik schatte dat de christenen wel 7 jaren eerder actief geworden waren in Aalst waar belangrijke dingen nu eenmaal 7 jaar duren. Van 965 tot 1958 had Aalst 1 parochie, dus van 965 tot 1958= 993 jaar. Dan krijgen we 45 jaar (1958-2003) 45 jaar 2 parochies. Dus de ene parochie bestond in 2003 nog steeds 993 jaar. U kunt het al uitrekenen: voor 2010 kunnen we aannemelijk maken dat de ene Aalsterparochie 1000 jaar bestaat.

De meeste toehoorders vonden het wel een vondst maar erg serieus namen ze de onderbouwing niet (terecht). 

Een boek dus allereerst voor veel Aalstenaren en eigenlijk ook voor mezelf en in tweede instantie voor velen. Ik heb een afgeronde historie geschreven, maar met tal van open einden en ik deel veel werk uit. En ik kon mezelf uitdagen, op twee manieren:
- proberen om voor een nogal breed publiek een verhaal te brengen dat weinig
concessies doet aan de rijkdom van een onderwerp. Ik bedoel: je kunt de werkelijk 
versimpelen en dan is het niet moeilijk om leesbaar te schrijven, maar dat wil nu net 
niet: ik wil een complexe werkelijkheid laten zien die toch helder voorgesteld wordt. 
U herkent hier inderdaad de drive van de leraar; u zult die herkennen.
- Aalst heeft ook en rijke geschiedenis van mensen met heel verschillende opvattingen over geloof. Die situaties trekken mij aan. Ook beroepsmatig zit ik vaak in conflictsituaties. Mij boeit erg de aard van de verschillen, de beelden die mensen daarvan hebben en van elkaar, en vooral de vragen: wat kan mensen nu scheiden maar ook wat kan ze binden. In het boek heb ik de kans gekregen om daarover nogal wat te zeggen. Ik geloof niet in het verdoezelen en wegkletsen van verschillen in opvattingen en belangen, maar ook niet in polarisatie en gebrek aan communicatie.

In de Kerkwijzer zullen af en toe correcties, aanvullingen en suggesties worden gepubliceerd: materiaal voor de volgende druk!

Valid HTML 4.01!