logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

Het Volkslied van Heeze
 

Het boek over 50 jaar Brabantse dag 1958 / 2007. Een gouden cultuurfestival wordt romantisch afgerond met het lied Parel van Brabant, het volkslied van Heeze. De naam zegt het al: een volkslied is een lied van het volk en een lied is bedoeld om te zingen. Dat gebeurt in elk geval bij de prijzenuitreiking van de optocht van de Brabantse Dag. Pas geleden is er een boek verschenen 60 jaar ‘Heeze, Parel van Brabant’ waarin over dit lied meer te vinden is. Het is in 1948 of 1949 gecomponeerd en geschreven door Jan Martens (1925-1983), al kunnen mensen uit zijn vriendenkring daar best wat aan bijgedragen hebben. De handgeschreven tekst (op bladzijde 35) heeft als titel Dorpje in Brabant. Deze titel zou op allerlei plaatsen in Brabant kunnen slaan, bijvoorbeeld op Sterksel of Leende, en ook op Oisterwijk (zie verderop) , maar de gedrukte versie heeft twee titels, namelijk naast elkaar: Dorpje van Brabant en Heeze, Parel van Brabant (bladzijde 36).
De auteur van het boek (C.H. M. Martens ) schrijft dat de tekst in elk geval het trotse gevoel weerspiegelt voor het dorp en haar (= zijn) omgeving. In een leuk en toepasselijk Voorwoord sluit burgemeester Paul Verhoeven zich daar bij aan. Hij noemt het lied een volkslied en maakt daar enkele behartenswaardige opmerkingen over. Onder meer dat een burgemeester het lied mee moet kunnen zingen. Hij noteert het volgende: In de aanloop naar de Brabantse dag heb ik zelfs zangles genomen om mijzelf het lied meester te maken. De heer Sjef Olieslagers heeft mij muzikaal bijgeschaafd en klaargestoomd om nog meer Heeze-proof te worden.
Uit de Inleiding blijkt dat de burgemeester samen met wethouders Jos van Bree in het voorjaar van 2007 op zoek is gegaan naar de componist en tekstschrijver Jan Martens (Wie was de man achter het volkslied?), maar als bestuurders stelden en stellen zij zich natuurlijk ook de vraag welke gemeente (Heeze of Oisterwijk) mag claimen dat ze als eerste Parel van Brabant werd genoemd. Grimbergen in België laten ze natuurlijk vallen. Dat plaatsje met de bekende abdij en het nog bekendere bier voert ook de titel Parel van Brabant, maar wij kunnen ons maar moeilijk inlaten met binnenlandse aangelegenheden van onze zuiderburen.
Even een zijprong: in onze provincie liggen wel 8 of 9 of 10 zaligheden, en in België liggen er ook een aantal, maar die tellen we ook nooit mee. Europa is best wel een goede zaak maar er zijn en blijven nu eenmaal grenzen.
De concurrentie van Oisterwijk ligt wat moeilijker. Het was en is ongetwijfeld ook een mooi en schilderachtig dorp. Intuìtief weten we natuurlijk al wel dat Oisterwijk niet de authentieke Parel van Brabant is, maar nu nog een bewijs. Dat is er waarschijnlijk niet, dus moet er een integere en toch overtuigende redenering bedacht worden. Gelukkig is die vinden in de geschiedschrijving van Oisterwijk. Historici die met Oisterwijk wel eens bezig zijn beweren dat Hertog Hendrik I in 1210 Oisterwijk heeft gesticht. Dat kunnen we de hertog niet kwalijk nemen. Hij noemde Oisterwijk zo omdat deze ´wijk´ ten oosten van Oost-Tilburg lag. Echt waar, zo staat het in allerlei boekwerken. In de twaalfde eeuw was Tilburg, volgens deze geschiedkundigen, kennelijk al een stad met een oost, een west, een noord en een zuid en daartussen natuurlijk een midden (op een Heuvel waarschijnlijk). Bijna iets metropoolachtigs. Maar helaas …. nog maar een paar eeuwen geleden was Tilburg nog zo klein dat er geen verschil was tussen noord, oost, zuid en west. Archeologisch is er vrijwel niets aantoonbaar.
We zitten dus in onze maag met een wat bedenkelijke voorgeschiedenis van Oisterwijk. Merkwaardig is in dit verband trouwens ook dat van Oisterwijk niet aangenomen wordt dat het iets te maken heeft met de oude namen van Veldhoven (= Zuiderwijk= Sondervick) en van Westrik (= Westerwijk bij Hilvarenbeek). Ik heb in een creatieve bui en bij een glas Grimbergen al eens geopperd dat er wellicht een nederzetting was met de naam Oostil-burg, de burg van Oostil. En dat de naam Oostil ook wel eens de oorsprong zou kunnen zijn van Oostelbeers (= geen Oosterbeers) , wat dus nadien Westelbeers (= geen Westerbeers) en Middelbeers (= geen Middenbeers) oplevert, maar dat idee is tot nu toe niet aanvaard als een interessante hypothese.
Die Oostil zou dan een hoofdman van een bepaalde familie geweest kunnen zijn (een Vikingse familie wellicht). En deze Vikingen of Noormannen namen de wijk in oostelijke richting (waar de zon steevast opkomt, dus gemakkelijk te vinden) naar de plaats die we later Oisterwijk zijn gaan noemen. Een mooie gedachte, maar ….wie herinnert zich niet van lagere school of basisschool de hartekreet van de autochtone bevolking in die dagen: Van de Noormannen, verlos ons, Heer. Ook dit aspect kunnen we maar moeilijk als flauwekul terzijde schuiven. In Heeze zitten we niet met dit soort historische kwellingen.
Al denkende over deze Parels van Brabant, het volkslied en de komende Brabantse dagen, schoot mij te binnen dat het eigenlijk erg sterk zou zijn om de andere twee Parels van Brabant uit te nodigen in de Parel die de Brabantse dag organiseert. Dus in Heeze. Dan is toch het allemaal meteen duidelijk.

 


Valid HTML 4.01!