[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
ZEGEPRAAL DER GEWETENLOZEN
Het gebeurt niet gauw dat een wetenschappelijk symposium onder zo’n
uitdagende titel plaats vindt, en toch was dat onlangs op de
Universiteit van Tilburg het geval. Naar aanleiding van het
verschijnen van twee boeken werd daar de verhouding van marktwerking
en solidariteit besproken. De inleidingen (onder anderen van
aartsbisschop Mgr. G. de Korte, oud-minister van financiën Onno
Ruding en René Paas, voorzitter van het CNV) gingen alle de volgende
richting uit: de economie van de vrije markt hoeft niet tegengesteld
te zijn aan het principe en de praktijk van solidariteit, maar er
ligt wel een grote maatschappelijke klus te wachten. Er is momenteel
wel degelijk een gevaar van (verder) gewetenloos kapitalisme. De
krachten van het tegenwicht moeten zich veel sterker laten zien.
Het eerste boek is een indrukwekkend werk: Compendium van de sociale
leer van de Kerk. Daarin staan systematisch uiteengezet de
opvattingen van de katholieke kerk over de mensenrechten, het gezin,
de arbeid, het economisch leven, de politieke gemeenschap, de
bescherming van het milieu en het bevorderen van de vrede. Voor wie
denkt hier een verouderd katholiek propagandaverhaal te vinden,
vergist zich. Illustratief is de mening van de voorzitter van het
CNV (Paas) die betoogde dat de sociale encyclieken van de Kerk een
grote inspiratie bleken voor de protestantse meedenkers in het CNV.
Het betreft dan bijvoorbeeld Rerum Novarim 1891, Quadragesimo Anno
1931, Populorum Progressio 1967, Centissimus Annus 1991 (over een
balans tussen marktwerking en solidariteit). Er was echter ook
stevige kritiek op het compendium. Een van kritiekpunten was
bijvoorbeeld dat in de tekst sterk de opvattingen van paus Johannes
Paulus 2 doorklinken. Deze Paus durfde te mikken op het belang van
persoonlijke overtuiging en durf. Hij veronachtzaamde eigenlijk
enigszins de betekenis van organisaties en strukturen die
individuele mensen kunnen en moeten ondersteunen. Tegen de
achtergrond van zijn ervaringen met het communisme nogal
begrijpelijk.
Het tweede boek Marktwerking versus solidariteit was ook stevige
kost maar toch praktischer van aard. Ik noem de teksten die stuk
voor stuk een grote actualiteit laten zien: Moraliteit en
marktwerking (Coen Teulings), Marktwerking en solidariteit in
reïntegratie van bijstandscliënten (Nicolette van Gestel en Lenie
Scholten), De betekenis van solidariteit in de gezondheidszorg
(Martin Buijsen), Toekomst voor de Talpa’s. Over de markt als gouden
kooi en andere ontwikkelingen in het hedendaags medialandschap
(Simone de Wit, Ton Verlind en Wim van de Donk), Marktwerking en
solidariteit in de Volkshuisvesting ((Arnold Godfroij), Onderwijs:
over subsidiariteit, coöperaties en de positie van ouders (Frank van
de Heuvel) en Marktwerking en solidariteit in de dienstverlening
(Richard Steenvoorde). Kijkt men dwars door deze levensterreinen
heen dan wordt een centraal thema zichtbaar: het vroegere verschil
(dus niet alleen een onderscheid) tussen organisaties met een
publieke taak (maatschappelijke ondernemingen) en commerciële
ondernemingen is vervaagd. We hebben te maken met organisaties die
een verward beeld tonen: gaat het om verlening van noodzakelijke
taken en diensten of gaat het om commercie? Ziekenhuizen zijn
openbare maatschappelijke voorzieningen, maar gaan (zeker ten dele)
in de richting van commerciële onderneming. Waarom zijn patiënten
cliënten geworden? Wat goede gezondheidszorg betreft werd nogal
duidelijk gewezen naar onze buurlanden: België, Frankrijk en
Duitsland. Wat te denken van de energieleveranciers, de spoorwegen
en de posterijen? De toppen van deze ondernemingen schrikken niet
erg van riante zelfbeloningen, aangevuld met zelf bedachte bonussen.
Erg actueel is de kwestie van de woningbouwcorporaties van wie
Ruding zei dat deze organisaties het zicht op hun oorspronkelijke
doelen kennelijk kwijt raken. Godfroij gaf aan dat het vermogen van
deze corporaties (37% van het woningenbestand met een gezamenlijk
WOZ-waarde van 400 miljard euro) een rendement oplevert dat maar
voor een zeer gering gedeelte gaat naar een sociaal-wenselijke
woningmarkt. Deze markt is geblokkeerd, erger nog: de woningmarkt
maakt mensen economisch afhankelijk. Ook het openbaar bestuur
gedraagt zich ook steeds meer als commerciële onderneming. Is
Nederland een BV? Zijn gemeenten bedrijven aan het worden met
klanten (voorheen: burgers)? Worden ook scholen geleidelijkaan
kinderopvangbedrijven met een aantal educatieprogramma’s? Zijn
ouders klanten van de school of zijn het medeverantwoordelijke
partners? Kortom: er ligt een hevige problematiek op tafel die
steeds meer impact lijkt te krijgen. Tijd voor bezinning.
Ruding schetste een opmerkelijk voorbeeld van de problematiek van
marktwerking en solidariteit. De globalisering dringt wel degelijk
armoede in de wereld terug (denk maar aan de opgekomen economieën
van Brazilië, India en China), langzaam en zeker niet goed genoeg
voor de gehele bevolking, maar de tendens is er en toch wordt de
afstand tussen rijk en arm steeds groter. De arme bevolking die
vroeger nog op een traditionele manier in haar onderhoud kon
voorzien, krijgt daar nu niet meer de kans voor. Mgr. De Korte
schetste overigens duidelijk de armoede in ons land: 660.000
gezinnen op en onder de (?) armoedegrens. Hij besteedde ook de
nodige aandacht aan de werk- en consumptiedwang van velen die boven
die grens leven. Paas benadrukte dat juist onbegrensde en ontembare
hebzucht van de managers-klasse de positieve mogelijkheden van de
vrije markt bedreigt. Het CNV kiest voor een sociale martkeconomie.
Dit symposium riep op (weliswaar ingetogen) tot alle hens aan dek,
alle handen aan de ploeg en linkerhanden die weten wat rechterhanden
doen. Alle aandacht voor de identiteit van het algemeen belang (nu
teveel een nietszeggende slogan), voor de kracht van het
persoonlijke denken en van sterke maatschappelijke organisaties,
voor de eenheid van people – profit -planet, en voor de volgorde van
het rijtje van de drie fundamentele waarden: waarheid – vrijheid-
rechtvaardigheid. Er is een nieuwe bodem gelegd onder een hopelijk
duurzame maatschappelijke discussie.