[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
Animal Firm
De metaforenproductie
Bij Van Duuren Management verscheen het leuke boekje Animal Firm,
samengesteld door Marco Schreurs en Simon van der Veer. Aan de hand van
waarnemingen van het gedrag van olifanten, wilde honden, mieren,
struisvogels, kraai en mees, gnoes en zebra;s en ganzen worden
aanbevelingen gegeven voor managers en leidinggevenden, wel duidelijk
met de bedoeling je te wenden tot de organisatie waar beide auteurs een
nogal lang uitgevallen advertentie dus. Ze profileren zich als door en
door creatieve en innovatieve ontdekkers en overtuigers, en ze staan
voor het scheppen van High Performance Organisaties. Ook als amateurs
maar ………dan in de zin van liefhebbers, dus mensen met de totaal
verwonderde blik van het kind dat de wereld verovert. Sympathieke
jongens die misschien nog niet door hebben dat ze pionnetjes zijn in een
kapitalistische krachten veld, en juist daarom ook netjes beloond
worden.Het boekje is een mooi voorbeeld om een probleem aan de orde te stellen waar ik over nadenkt. Ik zie steeds meer publicaties op het terrein van coaching en advisering die berusten op een interessante gedachte, bijvoorbeeld: wat kunnen we leren van dieren. Spottenderwijs heb ik een jaar of 30 geleden de ontwikkeling van organisaties beschreven aan de hand van het aardappel-groeimodel. Maar nu wordt deze tak van sport serieus beoefend. Betrokken stoten op een treffende gedachte (idee, spirit of concept genoemd) en bouwen daaromheen dan een soort visie. Moeilijk is dat niet want je hanteert gewoon een evident schema, waarin je een en ander zegt over visies, doelen, processen, valkuilen, evaluaties en suksessen. Ik weet zeker dat je met een groepje ervaren deskundigen binnen een week een nieuw boek produceert. Helaas zijn nu net zulke personen overbezet. Zouden ze wel tot medewerking te bewegen zijn dan kwam gegarandeerd naar voren dat we iets ‘nieuws’ moeten brengen, maar dat het nieuwe idee allang gezien en doordacht is in de loop van enkele duizenden jaren mensenwerk. Bijzonder is dan de conclusie dat geloven in het nieuwe van het idee alleen maar mogelijk is op basis van gebrek aan ontwikkeling en kennis van zaken.
Ik denk zelf dat je nieuwe initiatieven ruimte moet geven, maar dat je ook tegenwicht moet bieden wat betreft en ‘oorsponkelijke’ vondsten. Het behoort ook tot de waardigheid van een oudere generatie om genoegen en voldoening te hebben in de dynamiek van de jongere generaties, ook al zie je veel ruimte die al omgeploegd is. Maar je moet wel mee blijven doen, dus niet buiten de communicatie gaan staan.
Marco Schreurs en Simon van der Veer moeten dus wel te horen krijgen dat ze toch echt moeite moeten doen om Animal Farm van George Orwell te doorgronden. Alleen maar zeggen dat de dieren in Animal Farm laten zien hoe het niet moet (p. 11), is goedkoop. Een wereld van autoritaire, machtsbeluste varkens en kuddegedrag is juist de dagelijke werkelijkheid. Zeer zorgelijk. Je kunt er wel de utopie van de Animal Firm tegenover stellen (grotendeels wens), maar dat is gemakkelijk. Met alleen afzetten komen we er niet, ook al belicht je dieren zo dat je je eigen mening ondersteunt.
Tja, je komt toch uit op de vraag of de evolutie van universum, wereld en mens een strijd is waarin de sterkere de zwakkere altijd overwint. Of een andere vraag: wat blijkt sterkte te zijn? Afstemming en samenwerking misschien?