logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

De Professionele Vrijwilliger

Tonnie van de Rijdt onderscheidt in een artikel in Westerheem 5 actieve rollen voor de ‘archeologie-vrijwilliger’ in het Malta-tijdperk, namelijk: inspirator, veldwerker en uitwerker, belangenbehartiger, publieksvoorlichter en bezoeker. Dit zijn allemaal vormen van betrokkenheid, maar als geheel vind ik de positie van het vrijwilligerswerk wat te zwak en serviel..

Vrijwilligerswerk is een uiterst boeiend verschijnsel. Een vrijwilliger werkt materieel gezien om niet (dat moet wel even genoteerd worden) maar er is ook beloning in de vorm van voldoening. Dat ligt bij vrijwilligers van de Zonnebloem of het Rode kruis anders dan bij de AWN. Archeologie-vrijwilligers krijgen volgens mij voldoening door het feit dat ze hun belangstelling voor het verleden beter vorm kunnen geven. Natuurlijk zijn sociale en relationele aspecten ook erg belangrijk, zeker bij vrijwilligerswerk dat nogal eens in teamverband uitgevoerd wordt.

Bij alle vrijwilligerswerk is de relatie met de professionals en metr bestuurders nogal eens problematisch. Dat is vooral het geval als de vrijwilligers hun inzet, praktijkervaring of contextkennis onvoldoende gewaardeerd zien. Bestuurlijk verantwoordelijken en professionals moeten hier een goede mentaliteit, stijl en toonzetting laten zien. Erg belangrijk is de idee dat vrijwilligers en professionals vaak functioneel ongelijkwaardig zijn, dus verschillen in de ter zake doende know-how, en dat juist erkende ongelijkheid meerwaarde schept. De boer die het terrein door en door kent, de ambtenaar die al enkele decennia de portefeuille archeologie in stand houdt, de heemkundige die veel gelezen heeft en de controverses kent en de anders-wetenschappelijken (medicus, bioloog, ingenieur, enzovoorts) die ook zaken zien die van belang zijn.

Het geheel van de aangeduide rollen vind ik wat te serviel; het benadrukt te sterk het onderscheid tussen de archeologische professional en de archeologische vrijwilliger. Begrijpelijk is dat wel, want we zijn steeds meer in een beroepenveld terecht gekomen dat aan elkaar hangt van accrediteringen, certificaties en registraties, waarachter bijna altijd ook andere belangen zitten. De erkende professional doet wat hij moet doen goed( volgens een of andere code), maar of hij ook het goede doet, dat is de vraag. Vrijwilligers kunnen daar wel eens wat anders overdenken, en ze hebben niet veel te verliezen als ze dat naar voren brengen.

Verder hebben we ook te maken met domeinprotectie, die ingewikkelder wordt door steeds verdere specialisering. Zo ontstaat de situatie dat de ene beroepsarcheoloog niet begrijpt wat de andere doet, terwijl een vrijwilliger die bijvoorbeeld natuurkunde of biologie beoefend heeft dat wel snapt en soms zelfs beter. Dit is bijvoorbeeld het geval in dateringskwesties of skeletonderzoek.

Volgens mij is overheidserkenning van professionele archeologie-vrijwilligers mogelijk en om diverse redenen aantrekkelijk. Vanzelfsprekend is kwaliteit van een opgraving een onverbiddellijke norm, maar het is verkeerd om kwaliteit als monopolie toe te kennen aan de beroepsgroep. De verhalen over onverantwoorde activiteiten van schatgravers kennen we en hebben met mijn betoog niets te maken. Bij het werk van een aantal beroepsarcheologen zijn ook wel kanttekeningen te plaatsen. De professionele vrijwilliger moet minimaal de opgravingsmethodiek beheersen en de basisregels van wetenschappelijk verantwoorde interpretatie.

De AWN heeft de mogelijkheden om hier beleid te ontwikkelen en plannen uit te voeren. Overheden kunnen regels opstellen over de vraag wanneer samenwerking met de beroepsgroep verplicht is. Overheden benoemen trouwens zelf leden van deze groep, we hebben universiteiten en hogescholen en ook particuliere initiatieven tellen hier mee.
Ik pleit er dus voor dat gemeenten niet alleen uitbesteder zijn van archeologisch onderzoek naar de erkende inschrijvers, maar ook meenemen wat ter plaatse verantwoord kan gebeuren. Wat meer gewoon doen, is toch niet zo erg. Nogal wat archeologisch onderzoek heeft alleen een lokaal belang. Wychen ligt niet overal en niet elke locatie denkt dat ze ooit het bestuurscentrum van het Romeinse rijk was (Voorburg). Ik voorspel meer dynamiek en kwaliteitsverhoging. Vooral ook meer vanzelfsprekende betrokkenheid van de bevolking die voor minder geld (!) wel eens meer kan krijgen.

In Westerheem zou een aantal artikelen over belangrijk archeologisch werk door niet-archeologen erg mooi zijn. En op dit moment tenslotte nog dit: in het fantastisch rijke boek De vergeten wetenschappen. Een geschiedenis van de humaniora (2010) van Rens Bod. Archeologie wordt daar fundamenteel beschreven en gerekend tot de geesteswetenschappen. Ik reken dus op begrip en dialoog.

Valid HTML 4.01!