logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

KAREL DE EENVOUDIGE

Geschiedenis van Bladel en Netersel

Door A.C. Maas

In het Duitse Historische Tijdschrift Zeitensprünge in onlangs een opzienbarend artikel over Carolus Simplex ( Karel de Eenvoudige) verschenen dat ook voor onze regio interessant is. In de geschiedenissen van Netersel en Bladel komen we namelijk het verhaal tegen van Pladella Villa, een koninklijke hofstede waar Karel de Eenvoudige in 922 een akte tekende die gezien kan worden als het begin van het graafschap Holland. Ook over de eerste Hollandse graven is er nieuws uit de archeologische wereld. Bladel en Netersel als de plaats waar het graafschap Holland gesticht werd, door een Karolinger die kennelijk aan eerherstel toe is.

Pladella Villa

Lange tijd heeft men gedacht dat die koninklijke villa (een hofstede waar grote voedselvoorraden bewaard werden) in Netersel gezocht moest worden, omdat daar regelmatig zeer grote tufstenen en bakstenen zijn opgegraven, ook nog recentelijk. Vlakbij de plaats waar de voormalige Middeleeuwse kerk gestaan heeft, namelijk aan De Hoef niet ver van het fraai gerestaureerde huis De oude Pastorie. Ook meester Panken heeft zich nog bemoeid met een opgraving op deze plaats in de negentiende eeuw en daar een verslag van geschreven. Rond 1925 is echter door nieuw archeologisch onderzoek duidelijk geworden dat het een kasteel(tje) uit de dertiende eeuw betreft en dat het dus niet een villa van Karel de Eenvoudige geweest kan zijn, want die leefde in de tiende eeuw. Viel er hierdoor een historisch luchtkasteel in duigen? Daar leek het wel op, want enkele belangrijke historici hadden zich intensief met deze zaak bezig gehouden, en aangenomen en verdedigd dat Netersel het oude Pladella Villa was. We kunnen noemen Floris Prims, stadsarchivaris van Antwerpen en de Norbertijn Ignatius Welvaarts, archivarus van de abdij van Postel die een Geschiedenis van Bladel en Netersel (1890) schreef. Kroniekdichters als Jacob van Maerlant en Melis Stoke hadden Pladella villa aan Bladel gekoppeld , en Netersel ligt daar tenslotte vlakbij. Erg bekend is de volgende passage uit de Rijmchronijk van Melis Stoke ( circa 1200) die de akte nog in 863 dateerde:

Ghegeven in ons Heren jaer
Achte hondert en daer naer
Driwerf twintich en drie mede
Tote Bladele tere stede
Dat een dorp is ende so heet
Neghen daghe als ment weet
Voor middle zomer sinte Jans dach
Als sine gheboornesse lach.

Ignatius Welvaarts schreef een aparte brochure over De Huizing der Frankische Vorsten te Netersel onder Bladel (1890). Van de idee dat er in de tiende eeuw al een stenen gebouw in Bladel of omgeving gestaan zou hebben, is inmiddels afstand genomen. In Bladel is er sinds 1986 enig archeologisch onderzoek verricht aan het Pastoor Daniëlspad. Daarbij zijn grondsporen aangetroffen van drie houten huizen en twee schuurtjes, waarschijnlijk van rond 1100, en enkele waterputten die scherven bevatten van voorwerpen die van oudere datum zijn. Dat er in de tiende eeuw (houten) bewoning ter plaatse was, lijkt vast te staan, en dat ondersteunt de mogelijkheid van een Pladella Villa in Bladel. Nico Roymans brengt in zijn studie Op zoek naar Pladella Villa naar voren dat de villa (een versterkte boerderij) waarschijnlijk daar in de buurt gestaan kan hebben. Een mogelijkheid, niet meer en niet minder.

Pladella in Frankrijk?

De achttiende- eeuwse historicus B. Huydecoper meende dat Pladella Villa niet het dorp Bladel in de Majorij was, maar een zeker Bladolda Villa in het land van Beauvais . Intrigerend is de vraag waarom Huydecoper (ook zeer bewonderd door P.N. Panken) meende dat de tekst op een plaats in Noord-West-Frankrijk zou slaan. Dat blijkt echter moeilijk te achterhalen. Balthasar Huydecoper leefde van 1695 tot 1778. Hij gaf onder meer de brieven van P.C. Hooft en de Rijmkroniek van Melis Stoke uit. Als het niet om ons Bladel gaat, wat zijn dan mogelijkerwijs andere kandidaten? Als Bladolda Villa is ook ooit genoemd de plaats Blacourt in het departement Oise. Het staatsarchief van Koblenz heeft teksten uit de elfde eeuw die een plaats Plaida of Bleida noemen maar daarmee is een plaatsje Plaidt bedoeld. Er is in Frankrijk ook een Bloide, genoemd in de negende en tiende eeuw, een plaats die naderhand in verband is gebracht met Boulay (in de buurt van Metz). Een opvallende mogelijkheid is wellicht de plaats Bloville in Frankrijk die al heel vroeg (rond 800) Bladulfi villa en later Blo(d)oldi villa wordt genoemd, en weer later: Blauville en Blouile en tenslotte Bloville. Bladulfi villa schijnt afgeleid te zijn van Bladawulfi villa (= de boerderij van Bladawolf). Zolang we geen overtuigend alternatief hebben, is het volkomen aanvaardbaar om het op Bladel houden. Toen koning Willen lll in 1887 70 jaar werd, noemde Bladel zich in het gelukstelegram "de bakermat van Hollands wording". Wie zou deze status kwijt willen? August Snieders in elk geval niet.

Roman van August Snieders

Dr. August Snieders publiceerde in 1881 zijn historische roman Villa Pladelle, de Giftbrief van 't jaar 922. Met zijn vlotte pen en in zijn romantische stijl vertelt hij over de strijd tussen de burchten Grimma Herna en de koninklijke burcht van Netersel. Grimma Herna was Vikingen-bezit en in Netersel waren de Franken gevestigd. De strijd begint in 922 als Karel de Eenvoudige (ook wel de Simpele, of de Zot genaamd) Pladelle in Netersel bezoekt. De heidense Vikingen hebben een kind geschaakt van de eigenaren van de Neterselse villa. Grimma Herna (te zoeken richting Hulsel) wordt dan door de Franken in brand gestoken en hun hoofdman Hark vermoord. Maar drie jaren later komt de wraakoefening: de Frank Hagene, de eigenaar van de Neterselse burcht, ontsnapt daarbij aan de dood door het optreden van een monnik en een priester. De katholieke kerk voelde niets voor "oog om oog, tand om tand", laat Snieders op deze wijze weten. Karel de Eenvoudige werd overigens in 923 van de troon gestoten en hij overleed in 927.

Graafschap Holland

In het archief van de abdij van Egmond bevindt zich een kopie (uit de dertiende eeuw) van een akte waarin gesteld wordt dat Karel de Eenvoudige oftewel Carolus Simplex op 15 juni 922 "Holland en de die kerck 't Egmonde" (= Kennemerland) schonk aan Dirk I van "Holland" (toen nog Friesland). Onderaan deze tekst staat "Actum pladella villa, feliciter, amen". Karel was koning van West-Frankenland en in 911 kreeg hij het gebied Lotharingen erbij (een deel van Midden-Frankenland). Lotharingen was een gebied dat zich uitstrekte van de Waddenzee tot aan de Jura en ook Taxandria behoorde er toe. In 925 werd het bezet door Hendrik l, de koning van het Duitse rijk (Oost-Frankenland) en vanaf toen was Lotharingen een hertogdom binnen het Duitse rijk. Het afschrift van deze akte is door H. Camps opgenomen in het Brabantse Oorkondenboek. Ondanks het feit dat er twijfels zijn in verband met de tekstoverlevering en de datering, moet men het voor mogelijk houden dat in Bladel de betreffende akte werd opgesteld en ondertekend. Over de graven maar vooral ook over de gravinnen van Holland is al een bibliotheek vol geschreven; het gaat om een periode van ongeveer vier eeuwen (900- 1300). Een van de spannendste publicaties is het verslag van een archeologisch onderzoek naar de stoffelijke resten van deze personen, getiteld Een stamboom in been (B. Dijkstra, 1991). Dijkstra noemt zichzelf een 'medicus- beenderen- onderzoeker" en is in elk geval ook een knap archeoloog. De opgravingen vonden plaats op het terrein van de voormalige abdijkerken van Rijnsburg, Egmond en Middelburg. Het onderzoek leverde op dat 30 skeletresten van personen van het Hollandse Huis met zekerheid geïdentificeerd konden worden. Met zekerheid konden 25 skeletten gedateerd worden in de periode tussen 1000 en 1300. De vijf skeletresten van voor het jaar 1000 waren moeilijker te plaatsen. Opmerkelijk was dat de zogenaamde radiokoolstofdateringen allemaal te vroeg waren uitgevallen, en niet zo weinig, namelijk gemiddeld 234 jaar. Dit bevestigt toch wel de betrekkelijke waarde van losse C-14- dateringen. De oorzaak van de te vroege dateringen bleek het veelvuldig eten van zeevis waardoor grote hoeveelheden oude koolstof in het beenweefsel werden opgenomen. Ook andere bevindingen waren interessant. Floris l bleek een reus van 204 centimeter, de bekende gravin Petronella had mannelijke trekken en Floris l, lV en V zijn echt vermoord. Alles bijeengenomen leidt dit hoogwaardige archeologisch onderzoek tot een beter inzicht in de graven en gravinnen van het Hollandse Huis, maar het voert te ver om dat in dit artikel te belichten.

Karel de eenvoudige

Over de Hollandse graven van voor 1000 worden we niet veel wijzer, maar dat de opvatting dat er rond 900 een Hollands huis is ontstaan lijkt redelijk, en de (Bladelse) akte van Karel de Eenvoudige is aannemelijk. Deze Karel wordt in de geschiedenisboeken vaak behandeld als een figuur van weinig betekenis: een nakomer en afsluiter van de Karolingers. Zijn afstamming is als volgt aan te geven (namen en regeerperiodes): Karel de Grote (768- 814), Lodewijk de Vrome (813- 840), Karel de Kale (875- 877), Lodewijk de Stamelaar (877- 879) en Karel de Eenvoudige (893- 923). Prof. Dr. Dr. Heinsohn ( zo luidt zijn titelatuur) komt via een gedetailleerd onderzoek van afbeeldingen op munten tot een totaal andere en revolutionaire conclusie. Er is geen enkele verschil tussen de afbeeldingen en het taalgebruik op de munten die aan Karel de Grote, Karel de Kale en Karel de Eenvoudige toegeschreven worden. Het is volgens hem veel aannemelijker om Karel de Eenvoudige te zien als historische waarheid dan het met veel mythologie omgeven leven van zijn voorgangers. Ook Heinsohn behoort tot de Duitse pubicisten die ervan uit gaan dat de periode tussen 600 en 900 ( de duistere Middeleeuwen zoals we vroeger op school al leerden) waarschijnlijk niet bestaan hebben. In Duitsland zijn er in verband met deze discussie velerlei publicaties, een aantal TV- documentaires en bij tijd en wijle stormen van publiciteit op internet. Er zijn enige aanwijzingen dat men deze hypothese niet meteen van de hand moet wijzen. Iedere bezoeker van historische musea weet dat juist die periode in alle musea opvallend karig vertegenwoordigd is. Tussen Romeinen en Merovingers (tot 600 n.Chr) en de tiende eeuw zit er raadselachtige periode. Maar belangrijker is wellicht het feit dat de manier waarop wij de jaren tellen pas rond het jaar 600 n.Chr. geconstrueerd is en dat de Katholieke Kerk deze nieuwe telling pas na het jaar 1000 heeft ingevoerd, en dat dus de monniken in de kloosters ( die de kronieken en oorkonden schreven) met een groot probleem zaten. Er moest immers een grootscheepse omrekening plaats vinden. Hoe is dat gegaan in de elfde en twaalfde eeuw? We weten het nog steeds niet. Een wetenschappelijk erkende chronologie van de wereldgeschiedenis dateert pas uit de zestiende eeuw en die werd opgesteld door Joseph Scaliger (1540- 1609). Maar ook in de zestiende en zeventiende eeuw was het vervalsen van de geschiedenis nog aan de orde van de dag. Een bekend voorbeeld is de geschiedvervalsing van een groot geleerde als P.C. Hooft in verband met de Bataven. Rond 1700 protesteerde de grote natuurkundige I. Newton al tegen de zijns inziens ongefundeerde chronologie die gepresenteerd werd. Op basis van Scaligers chronologie werden munten gedateerd: ze werden ingepast in een chronologisch raamwerk waar Heinsohn zware kritiek op uitoefent. Een Karel de Eenvoudige is volgens zijn bevindingen niet een tweederangs Karolinger, maar misschien wel de enige echte.



Valid HTML 4.01!