logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

ARCHEOLOGEN DISCUSSIËREN GRAAG NAAST ELKAAR

A.C. Maas (Leende)

Het E.D. publiceerde een sympathiek artikel over de stenen werktuigen van René Merckx. Eindelijk erkenning dat deze man kan zoeken en vinden en dat zijn stenen historisch waardevol zijn. Ook een open houding over het feit dat Mercks en Nico Arts (een van de beste archeologen van ons land) van mening verschillen over het bobbelige natuurgebied ten zuiden van Eindhoven. Deze constructieve toonzetting is niet erg gebruikelijk in kringen van professionele archeologen en amateur-archeologen. Het zojuist verschenen boek van de emeritus-hoogleraar H. T. Waterbolk (Scherpe stenen op mijn pad, Deining rond het onderzoek van de steentijd in Nederland) getuigt daar dramatisch van. Dit boek gaat voornamelijk over de beruchte affaire Tjerk Vermaning. Drie rechtszaken leidden tot de conclusie dat niet bewezen was dat Vermaning zijn steentijdvondsten vervalst zou hebben en dat de stenen werktuigen vals waren, want over dat laatste sprak de rechtbank zich niet uit. In het genoemde boek trekt Waterbolk zijn beschuldiging aan het adres van Vermaning in en komt hij met een nieuwe theorie op de proppen. Vermaning was niet deskundig genoeg om te vervalsen, aldus Waterbolk. Zo'n echte deskundige was de amateurarcheoloog (met veel nationale en internationale erkenning) Ad Wouters die ook lange tijd in Eindhoven gewerkt heeft. Wouters, die enige jaren geleden overleden is, is nu de nieuwe vervalser geworden. Waterbolk heeft voor zijn boek overigens uitzonderlijk veel te danken heeft aan de door A. Wouters verzamelde en gerangschikte documentatie over de affaire Tjerk Vermaning. René Merckx heeft overigens ook diverse keren Wouters van vervalsing beticht.

In Waterbolks boek treffen we veel simplistisch 'geredeneer'aan en veel staaltjes van naast elkaar (willen) praten. Ik noem enkele voorbeelden. De archeoloog Waterbolk bedrijft in dit boek geen archeologie maar historisch onderzoek van zeer slechte kwaliteit, desondanks met zeer zware beschuldigingen naar een aantal (overleden) mensen. Hij is geen historicus en haalt nog niet eens het niveau van een zorgvuldige, op feiten gerichte amateur die wel het nodige archiefonderzoek verricht. Geen enkele blijk van kritische zin over het volgende: de aanbrengers van het veronderstelde misdrijf (dat Vermaning de stenen vervalst zou hebben) zijn in de rechtszaak ook de getuigen-deskundigen. Dat is wel een mooie vertoning. Wie kan zoiets door de vingers zien en net doen alsof dit normaal is? Bij Waterbolk geen spoor van enige zelfkritiek. De uitspraken van Waterbolk over zijn relatie met justitie maken toch een heel vreemde indruk. Justitie raadt hem dwingend iets aan of af, staat er hier en daar. De officier van justitie C. van Epenhuysen bijvoorbeeld lijkt op te treden als zijn advocaat. Ik kan me levendig voorstellen dat beschuldigde mensen hels worden als ze dit soort loyaliteiten aanvoelen of bemerken. Maar resultaat heeft hij niet geboekt met dit soort netwerkgedrag. Ook valt op dat Waterbolk er graag voor kiest om op cruciale momenten te zwijgen, en daar dan een reden voor te bedenken. De media blijken het allemaal verkeerd met Waterbolk voor te hebben. Maar om in een TV-uitzending tekst en uitleg te geven, dat doet Waterbolk natuurlijk niet. Ik citeer even dit typerende zinnetje (p. 173): "Zelf had ik medewerking aan het programma geweigerd, omdat ik ook daarvoor geen uitzonderingen wilde maken". We kennen wel het soort mensen dat iets nooit doet omdat het geen uitzonderingen wil maken.

Naar het einde van het boek toe wordt de tekst van Waterbolk alsmaar meer een minderwaardige afrekening met allerlei betrokkenen. Wie op die leeftijd (80) zo zijn loopbaan besluit, is te beklagen. En waar gaat het boek niet over? Niet over de problematiek op basis van welke kriteria en beslissingsregels over echtheid van steentijdvondsten beslist kan worden(desnoods met graden van waarschijnlijkheid) en ook niet over de vraag hoe je in het landschap terreinen vindt waar mensen in de steentijd woonden. Daarover moet je het hebben en is een faire discussie mogelijk. Ik kan niet beoordelen wat de waarde is van de stenen van René Merckx, omdat ik geen expertise heb, maar ik geloof de positieve vaststelling van Arts. Ik weet ook niet of het gebied ten zuiden van Eindhoven archeologisch van belang is, om dezelfde reden. In bepaald opzicht heeft Merckx gelijk: ik heb al diverse keren meegemaakt dat amateurs die een streek grondig kennen (maar zelfs dat hoeft nog niet eens) heel wat beter weten en aanvoelen waar je moet zoeken om te vinden dan doctorandi die voornamelijk veel boeken gelezen hebben. Sommige mensen hebben een natuurtalent om aan te voelen waar mensen een veilige woonplek zoeken.

A.C. Maas (Leende) is voorzitter van de Studiekring Eerste Millennium (SEM) en publicist

 

Artikel uit Westerheem oktober 2005


SCHERPE KANTEN VAN GEVONDEN STENEN

Leo Verhart geeft in zijn recensie van Waterbolks boek Scherpe stenen op mijn pad (in Westerheem april 2005) aan dat hij niet gelooft in Waterbolks bewering dat Assien Bohmers en Ad Wouters de vervalsers zijn van de steentijdvondsten die aan Vermaning worden toegeschreven. Daar heeft hij gelijk in: de beschuldigingen zijn door Waterbolk niet aannemelijk gemaakt.(zie verderop). Deze stenen (‘werktuigen’) zouden zo stuntelig gemaakt zijn dat ze best door Vermaning zelf kunnen zijn gefabriceerd, oppert Verhart. Hierbij past allereerst de kanttekening dat deze stunteligheid pas na vele jaren ter tafel komt (niet eerder naar voren gebracht door diverse betrokken archeologen) , maar belangrijker is dat het onderzoek naar dit materiaal (een onderzoek dat in de Drentse Volksalmanak 2004 gepubliceerd werd) ondertussen onderuit gehaald is. Dat had in de recensie wel vermeld moeten worden. In deze almanak verscheen het artikel Eemster revisited: evaluatie van een controversieel vondstcomplex. De schrijvers zijn de archeologen: W. Roebroeks, H. Kars, M. Niekus en E. Rensink. Merkwaardig overigens is dat na zoveel jaren er een ‘evaluatie’ (let op dit woord) plaatsvindt. Toevallig tegelijk met een boek van Waterbolk en met een artikel in Spiegel Historiael. In deze evaluatie wordt als specialist Harry Huisman opgevoerd, de conservator van het Natuurmuseum in Groningen, en juist deze man heeft in de media laten weten dat het doorslaggevende argument van deze ‘onderzoekers’ vals is en dat hij door de ‘onderzoekers’ op het verkeerde been is gezet. Uitleg van deze kwestie vergt een apart artikel. In het boek Nederland in de prehistorie is de twijfelachtige conclusie van de evaluators overigens gewoon als feit neergezet (p.81).
Ook het getoonde enthousiasme ten aanzien van het boek van Waterbolk mag wel wat getemperd worden. Ik maak er hier in kort bestek enkele opmerkingen over. De ‘onthulling’ van Waterbolk is al in 1985 naar voren gebracht door de Eindhovense amateur-archeoloog René Merckx. Waterbolk was daarvan allang op de hoogte. Merckx stelde de kwestie van allerlei steentijdvervalsingen in 1999 nog uitvoerig aan de orde in een publicatie over de danseres van Geldrop oftewel de Venus van Mierlo. De archeoloog Waterbolk bedrijft in zijn boek geen archeologie maar een soort historisch onderzoek. Zoals hijzelf duidelijk aangeeft zonder goed bronnenonderzoek. Achteraan meldt de auteur het volgende: Bij de voorbereiding van de tekst heb ik uitsluitend gebruik gemaakt van de op het Groninger Instituut (het voormalige Biologisch-Archeologisch Instituut) bewaarde correspondentie, knipsels en opgravingsdocumentatie, van mijn persoonlijke archief en van gegevens uit de vakliteratuur. Verder archiefonderzoek heb ik niet verricht. De auteur dekt zich kennelijk bij voorbaat in, en dat geeft te denken. Desondanks zware beschuldigingen naar een aantal (overleden) mensen. Ook het onderzoek van de Groningse historicus D. Bosscher (gepubliceerd in Spiegel Historiael van juni 2004) maakt niets goed op dat vlak, want deze onderzoeker heeft alleen maar gekeken naar het gedrag van de media in de affaire Waterbolk. De zaak zelf heeft hij niet onderzocht.
Hoofdstuk X van Waterbolks boek heet bescheiden De structuur van het geplaagde bedrog en het bevat een hypothese (=het vervalsingsplan) over een hypothese (de valsheid van de stenen). De in Groningen werkende Duitse archeoloog A. Bohmers is volgens Waterbolk de grote oplichter in deze affaire. Ook nog een oplichter met een ‘nazi-verleden’. Dergelijke informatie anno 2004 vraagt om degelijk historisch onderzoek. Ik vermoed dat de zaak dan in een ander licht komt te staan ¹. Waterbolk heeft uitzonderlijk veel te danken aan de door A. Wouters verzamelde en gerangschikte documentatie die hij vlak voor zijn dood uitgaf. Deze Wouters wordt door Waterbolk beschuldigd als de werkelijke vervalser van de stenen van Tjerk Vermaning. Maar de aanbrenger van de zaak Tjerk-Vermaning, Dirk Stapert (nu hoogleraar in Leiden) houdt een slag om de arm, en verdenkt ene heer E. Horn (uit Drouwen) daarvan of Horn en Wouters samen. En Leo Verhart houdt het op Vermaning zelf. Spannend allemaal, maar verantwoord en integer? 
In het boek van Waterbolk noch in de recensie is er geen enkele blijk van kritische zin over het volgende: de aanbrengers van het veronderstelde misdrijf (dat Vermaning de stenen vervalst zou hebben) zijn in de rechtszaak ook de getuigen-deskundigen. Dat is wel een mooie vertoning. Wie kan zoiets door de vingers zien en net doen alsof dit normaal is? Bij Waterbolk geen spoor van enige zelfkritiek. De uitspraken van Waterbolk over zijn relatie met justitie maken toch een heel vreemde indruk. Justitie raadt hem dwingend iets aan of af, staat er hier en daar. De officier van justitie C. van Epenhuysen bijvoorbeeld lijkt op te treden als zijn advocaat. Ik kan me levendig voorstellen dat beschuldigde mensen hels worden als ze dit soort loyaliteiten aanvoelen of bemerken. Hier kunnen we toch niet blind voor zijn?
Tevens valt op dat Waterbolk er graag voor kiest om op cruciale momenten te zwijgen, en daar dan een reden voor te bedenken. De media blijken het allemaal verkeerd met Waterbolk voor te hebben. Maar om in een TV-uitzending tekst en uitleg te geven, dat doet Waterbolk natuurlijk niet. Ik citeer even dit typerende zinnetje (p. 173): Zelf had ik medewerking aan het programma geweigerd, omdat ik ook daarvoor geen uitzonderingen wilde maken. We kennen wel het soort mensen dat iets nooit doet omdat het geen uitzonderingen wil maken. 
Waar gaat het boek niet over? Daar kunnen we ook eens naar kijken. Niet over de problematiek op basis van welke kriteria en beslissingsregels over echtheid van steentijdvondsten beslist kan worden (desnoods met graden van waarschijnlijkheid) en ook niet over de vraag hoe je in het landschap terreinen vindt waar mensen in de steentijd woonden. Niet over kernvragen voor de steentijd-archeologie en niet op basis daarvan over fraude en vervalsing. Daarover moet je het echter wel hebben en dan pas is een zakelijke discussie mogelijk. In het boek 
A.C. Maas Leende

¹ Bohmers is inderdaad actief geweest in de Duitse onderzoeksgroep Das Ahnenerbe, een instelling die in samenwerking met Himmler gesticht werd. De groep groeide uit tot een krachtige organisatie voor archeologisch onderzoek met vele leden. Zelden wordt duidelijk gemaakt dat Das Ahnenerbe weigerde om de koers van Himmler te volgen dat de Germanen eigenlijk Vikingen waren bij wie de drang naar meer ‘Lebensraum’ aangeboren was. Daardoor verdween Hermann Wirth (die tot dan voorzitter was) in 1937 van het toneel. En toen pas werd de vereniging bij de SS ondergebracht. In de maanden erna werden aan toetreding strenge wetenschappelijke eisen gesteld: alleen mensen met voltooide universitaire opleidingen. Nog voor de oorlog uitbrak waren al ruim 30 hoogleraren lid, er waren meer dan 50 gespecialiseerde afdelingen en 15 onderzoekscommissies en op de achtergrond een sterk functionerend administratief apparaat. Het zou realistisch zijn om dit soort zaken ook te vermelden als je toch een spannend boek wilt schrijven.Bohmers was lid van de NSB maar ook van de Hielscher-groep die via diverse leden en sympatisanten contacten onderhield met Graf von Stauffenberg, die een mislukte aanslag op Hitler liet uitvoeren. De Hielschergroep is erkend als een echte verzetsgroep in Duitsland en in 1958 ook door de Raad van Rechtsherstel. Bohmers werd na de oorlog negen maanden vastgezet, uitgebreid verhoord door de Canadezen en vrijgesproken. Meteen nam A. van Giffen hem aan als wetenschappelijk hoofdmedewerker in Groningen. Bohmers ondervond natuurlijk in hevige mate de kracht van gekoesterde vooroordelen. Zijn pogingen om elders hoogleraar te worden, werden ondanks wetenschappelijke aanbevelingen, om zeep geholpen. Zijn baan in Groningen raakte hij in 1964 kwijt.


Welk kerkje is dit?

Valid HTML 4.01!