logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

WILLIBRORD EN BONIFATIUS: WAREN ZE OOIT IN NEDERLAND?

Drs Gijs van Udenhout 

Weten we zeker dat Traiectum anno 700 n.Chr., de tijd van Willibrord en Bonifatius, Utrecht geweest moet zijn? Dat leert de conventionele geschiedschrijving stellig. Toch zijn er allerlei argumenten om daar aan te twijfelen en de argumenten voor een zuidelijker gelegen locatie lijken zelfs sterker. Onlangs zijn er naast de hypothese Utrecht drie andere met verve verdedigd in het boek Willibrord en Bonifatius. Waren ze ooit in Nederland? Namelijk: Maastricht, Antwerpen of een plaats in Noordwest-Frankrijk. Nauwelijks waren in Dokkum de herdenkingsfeesten rondom Bonifatius afgesloten toen (het bisdom ten spijt) er een kritiek op de historiciteit daarvan losbrak. Hoezo vermoord te Dokkum? Stond in één van Bonifatius' levensbeschrijvingen niet Dockynchirica aan de oever van de Burdina? Welnu dan kan Duinkerke aan de oever van de Bourrebeek toch meer voor de hand liggen? Kregen de Angelsaksische missionarissen Willibrord (657-739) en Bonifatius (675-754) niet daar hun missiegebied toegewezen van de Frankische koning Karel Martel? Willibrord wordt aartsbisschop der Fresones of Frisii genoemd en Bonifatius aartsbisschop der Germanii. Hij landde in Francia. Hoe ver reikte Francia tot in Duitsland en in de Lage Landen? Aldus enige vragen die in het boek aan de orde komen. 

Het blootleggen van vervalsingen van handschriften is wetenschappelijk aan de orde van de dag; denk maar aan Goffe Jensma's analyse van de totstandkoming van het Oera Linda Boek, hij noemt het een vrij recente “mystificatie” van omstreeks 1860-1870. Dat was ook de tijd dat de Bonifatius-legende in Dokkum verder werd uitgebouwd. De rooms-katholieke kerkprovincie in Nederland was toen net een jaar of tien hersteld en probeerde met het verlevendigen van een Willibrord-mythe in Utrecht en Bonifatius-mythe in Dokkum weer snel een voet tussen de deur te krijgen in het toen nog zeer calvinistische Nederland. Uiteraard wilden Utrecht en Dokkum met het oog op mogelijk lucratieve bedevaarten wel meewerken. Behalve de ruime aanleg van een bedevaartcentrum buiten de stadsrand wil Dokkum nu ook het stadscentrum ervoor overhoop halen. Utrecht deed het voor Willibrord al eerder met het Domplein. Maar waren die twee missionarissen wel ooit in Nederland? Onkritische media zijn bezig onder het mom van een “canon voor het geschiedenis-onderwijs” traditionele visies over de roemruchte Bataven en Friezen erin te hameren.

Zeven auteurs in “Willibrord en Bonifatius, waren ze ooit in Nederland?” plaatsten vooral vraagtekens. Uitvoerig gaan Ad Maas en Paul van Overbeek op het verschijnsel vervalsing in. Terwijl in Duitsland historisch onderzoek daarnaar al sinds 1962 volop in gang is, komt de bronnenkunde in Nederland moeizaam op gang. Herre Halbertsma vermeldt in zijn boek Frieslands Oudheid (2000) schoorvoetend, dat in 1920 Otto Opperman al tot de conclusie kwam dat de oudste bronnen van de Nederlandse geschiedschrijving op vervalsing berusten. Toch worden klooster-handschriften van Fulda en Echternach nog veelvuldig aangehaald als bewijsstukken voor klooster-bezittingen in Friesland door Hans Mol en Paul Noomen aan de Fryske Akademy. Vooral in de Middeleeuwen werden er veel oorkonden vervalst en zelfs “heiligenlevens” gecomponeerd om pausen, bisschoppen en kloosters hun rechten te doen verzekeren en hun bezit uit te breiden. Vanuit welke juridische veronderstellingen lieten koningen en kerkelijke instellingen bij eigendomsoverdracht oorkondes opstellen om aanspraak te maken op een onroerend goed? Om dergelijke vragen gaat het onder andere bij de SEM (Studiekring Eerste Millennium).

De oudste documenten in verband met de bisschopszetel Traiectum en Willibrord en diens jongere medewerker Bonifatius zijn kopieën van een soort kalender en diverse, soms tegenstrijdige levensbeschrijvingen waar enige eeuwen tussen liggen en dus veel aan de tekst kan zijn gesleuteld. 
In de oudste tekst wordt geen relatie tussen de bisschop van Traiectum en de abt van Aefternacum genoemd, maar in een jongere versie van omstreeks 1100 wordt dat een hoofdpunt: Willibrord is dan bisschop van Utrecht en abt van Echternach. En dan legt Echternach claims in Nederland. De directeur van het Rijksinstituut voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, archeoloog professor W.A. van Es en diverse stads-archeologen vinden geen archeologische feiten in Utrecht of het nabijgelegen Wijk bij Duurstede (zogenaamd “Dorestad” ) die met Willibrord in verband kunnen worden gebracht. 

De oudste levensbeschrijving van Bonifatius, zes jaar na de moord, noemt geen plaats en ook niet dat zijn metgezellen wapens droegen en dat Bonifatius zich met een boek boven het hoofd verdedigde tegen zwaardslagen. De jongere versie van omstreeks 900 vermeldt de landstreek Dockynchirica, aan de oever van de Burdina, in de nabijheid van wat men daar Ostreacha en Westreacha noemt. De lichamen werden na enkele dagen bij gunstige wind vervoerd over de baai Elmere naar de stad Trecht en daar begraven. Op de dertigste dag na het overlijden werden ze overgebracht naar Moguntia (Mainz?). Vandaar ging het lijk naar Fulda, omdat Bonifatius dat voor zijn dood zo had gewild. In een derde versie wordt niet over Mainz en Fulda gerept en gaat het alleen om Utrecht, maar na 1000 komt er een vierde versie tot stand in Mainz, gericht op verering in Mainz en Fulda. In een vijfde versie wordt de pagus Dockynchirica herschreven als Dockinga. Kennelijk ligt niemand in Frans-Vlaanderen er wakker van dat een stuk van hun geschiedenis naar Utrecht en Dokkum werd gesleept. Heel Frans-Vlaanderen, voorheen Frisia genoemd, is dan al ferm in Franse hand en Franse historici zijn niet rouwig als Willibrord en Bonifatius uit hun annalen verdwijnen. 

Na 1200 doen op veel plaatsen in Duitsland Bonifatius-legenden de ronde met als thema's het vernietigen van afgodsbeelden, omhakken van heilige bomen, opwellende bronnen met helder water en de stichting van vele kerken en kloosters. Een Duitse onderzoeker van de Fulda-oorkonden noemt Bonifatius een uitvinding, een “komeet”, uit de negentiende eeuw; het lijkt te komen uit ongeveer hetzelfde geestelijk klimaat waarin ook het Oera Linda Boek kon ontstaan, maar dan veel speelser. Andere onderzoekers in Duitsland bevestigen, dat de oorkonden van Fulda niet zijn te gebruiken als directe bronnen van informatie. Het SEM-boek laat verder vijf auteurs aan het woord met hun visie op het duo Willibrord-Bonifatius. 

De traditioneel-Nederlandse geschiedschrijving, ontdaan van wat schoonheidsfoutjes, wordt als eerste neergezet door de historicus Ton Spamer, die zelf in Utrecht en in Dokkum heeft gewoond. Hij betrekt ook grote delen van de zuidelijke Nederlanden in de analyse, maar trekt ook hard van leer tegen de opvattingen van de andere auteurs. Goed voor wie een scherpe discussie wil! Gerrit Hekstra verwerpt op archeologische en geografische gronden dat Willibrord en Bonifatius ooit hebben gewerkt in Friesland tussen IJ en Eems. De bewezen Dokkumer geschiedenis begint omstreeks 1170. Alles daarvoor is onbewezen mythe, ondanks het prachtige boek Geschiedenis van Dokkum onder redactie van Meindert Schroor. 

Hans Kreijns is er, door zelfstudie in archeologie en geschiedenis van de Romeinse en Merovingische tijd, van overtuigd geraakt dat Maastricht het bisdom Traiectum uit de bronnen is; zo ver reikte volgens hem Frisia. Pas na de Noormannentijd, omstreeks 959, komt Utrecht en noordelijk Nederland in beeld. Willibrords bezittingen lagen in Limburg, Oost-Brabant en verder tot aan de Betuwe tussen Elst en Kleve. Echternach was Willibrords zuidelijkste steunpunt en Antwerpen het meest westelijke. De moord op Bonifatius geschiedde in de Gelderse vallei tussen Veluwe (Austrachië) en de Utrechtse heuvels (Westrachië), dus aan de Eem-Barneveldse Beek, die hij aanziet voor de Burdina.

Joep Rozemeyer is eveneens door zelfstudie tot de overtuiging gekomen dat het oude Frisia ligt in de Zeeuwse en Vlaamse regio en dat Antwerpen het Traiectum van Willibrord was, waar ook veel van zijn bezit lag. Van daaruit naar Gent en Brugge verliep ongeveer de taalgrens tussen Friezen en Franken. De Schelde was de Renus uit vele oorkonden. Duinkerke rekent hij niet meer tot Frisia en de moord op Bonifatius zoekt hij toch in Dokkum. Van de Burdine getuigt volgens hem nog de sloot die loopt van Bornwerd naar Holwerd; was dit een vroegere slenk van het Borndiep? 

Joël Vandemaele, classicus-theoloog-leraar geschiedenis in West-Vlaanderen, zoekt Willibrords Traiectum in Frans-Vlaanderen, het huidige Tournehem aan de Hem, een riviertje dat uitmondt in het estuarium van de Aa, dat in oorkonden Almere of Flevum heet. Van Tournehem loopt nog altijd een monnikspad naar Aefterlacum, het huidige Eperleques, en op de kust ligt nog altijd Dorestadum, het huidige Audruicq, waar Bonifatius vanuit London aanlandde. Alles op loopafstand (5-7 km) in een driehoek dicht bijeen. Een zijtak van de Aa is de bevaarbare Bourrebeek richting Duinkerke, waaraan Bonifatius werd vermoord. Albert Delahaye had een andere Bourre, richting Hazebrouck, als moordplaats op het oog, maar terecht heeft Ton Spamer de onhoudbaarheid daarvan aangetoond. Bijna alle bezit van Willibrord en een groot deel van dat van Bonifatius is in Noord-Frankrijk naamkundig waarschijnlijk te maken, maar dat betekent niet dat de percelen in de verschillende plaatsen kadastraal zijn aan te wijzen, zoals gelukt is in Antwerpen. 

Bewust laat de SEM de lezer in het ongewisse: lees maar, om zelf uit te maken welke analyses aanspreken en welke opvattingen onhoudbaar zijn. Het boek biedt een ongelooflijke schat aan gegevens en ook literatuur waarvan in gangbare geschiedenisboeken nooit wordt gerept. De auteurs zijn wat dat betreft schatgravers geweest. 

Besproken werd: Willibrord en Bonifatius. Waren ze ooit in Nederland?
SEM-reeks Vergeten Verleden deel 1. Papieren Tijger, Breda. ISBN 90-6728-176-X, 2004. € 25.- Verkrijgbaar in de boekhandel.


Overgenomen uit een aantal huis-aan-huis-bladen in Friesland en Noord-Brabant


Valid HTML 4.01!