logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

Het gat van Breda

A.C. Maas te Heeze- Leende

Is Breda de oudste nederzetting van ons land? Is deze locatie al zo'n 3000 tot 3500 jaar bewoond? Een artikel in het Archeologisch Magazine (van augustus/september 2002) heeft als kop: Breda al 3500 jaar in trek als woonplaats. Maar de vlag dekt de lading niet omdat het verhaal voornamelijk gaat over bewoning op de Emerakker, Steenakker, Huifakker en Moskes in de Romeinse tijd. Moet naast het 750-jarig bestaan van de stad ook het 3500-jarig bestaan van de nederzetting gevierd worden? Het eerste feest is terecht, maar de over de mogelijkheid van het tweede moet nog eens goed nagedacht worden. Kernpunt daarbij is of er sprake is van een 3500- jarige continuïteit in de bewoning.

In het jubileumjaar 2002 heeft BN De Stem een buitengewoon interessante serie artikelen gebracht over de vroege geschiedenis van de stad. Prettig leesbare artikelen, weinig inhoudelijke fouten en met voldoende kritische distantie geschreven. En die distantie is ook nodig. Thomas Ernst van Goor, die in 1744 de geschiedenis van Breda en van het graafschap Strijen publiceerde, is een interessante bron maar ook een bron die terughoudend en zorgvuldig gebruikt moet worden, en Leo Nierse doet dat. Alvorens een visie te geven op een verondersteld continu Breda vanaf de Romeinse tijd (?), geef ik eerst een voorbeeld van een mythe die direct met Breda te maken heeft. Het betreft de oorkonde van 992 waarin gravin Hilsundis van Strijen onder meer de kerken van Strijen en Geertruidenberg, boerderijen in Gilze en Baarle en het slot Sprundelheym aan de abdij van Thorn schenkt. Het gaat absoluut om een valse akte en dat geeft het Oorkondenboek van Noord-Brabant deel 2 (2000) ook duidelijk aan. Er zijn 31 afschriften van bekend waarvan de oudste die bewaard is gebleven van 1640 dateert. Pas op het einde van de zestiende eeuw wordt van de akte en van een graafschap Strijen voor het eerst melding gemaakt in Breda. Daar is de vervalsing gemaakt , waarschijnlijk door Michiel Piggen , griffier van Willem van Oranje. Willem liet Michiel gebieden bedenken waar hij rechten op kon doen gelden en zo werd het graafschap Strijen geponeerd. Het graafschap Strijen heeft nooit bestaan. In het vervalsen maakte Piggen ook nog prachtige, want voor ons leerzame fouten. Het kasteel Sprundelheym bijvoorbeeld situeerde hij aan de "Merbetta", en daarmede moest dan Merwede bedoeld worden. Hij schreef echter uit een oudere oorkonde "Merbecca' verkeerd over en dat slaat wellicht op Meerbeke in West- Vlaanderen.

Nu dan de kwestie van de continue bewoning op of nabij de plaats van Breda. Er is waarschijnlijk een zekere continuïteit op de Steenakker nabij de stad Breda in de IJzertijd, Romeinse tijd en de Merovingische tijd ( zeg maar tot in de zevende eeuw n.Chr.) In de Romeinse tijd (eerste, tweede en derde eeuw) is er - zoals bijna overal in onze streken- een nogal dichte bewoning. Niet van Romeinen maar van een inheemse bevolking in de Romeinse tijd. In Breda en omgeving is er geen echt Romeinse bewoning. Daarvoor moeten we misschien in Hoogeloon en Oirschot zijn. Na de Romeinse tijd (vanaf circa 300 n. Chr.) is er een zeer geringe bevolking die langzaam wat toeneemt in de volgende eeuwen . Bredase archeologen menen dat in de vierde eeuw Overijsselse Germanen in "Breda" arriveren, en dat is beslist een standpunt dat in het kader van de hypothese van de Volksverhuizingen om enige toelichting vraagt. Als ze van over de IJssel kwamen dan waren het in elk geval Germanen van bijna Duits fabrikaat. In de zesde en zevende eeuw kan de bevolking best wat toegenomen zijn ( dat ziet men ook op veel plaatsen in ons land); er zijn elders nogal wat Merovingische grafvelden gevonden. Als men een grafveld van 200 graven vindt met bijvoorbeeld een bestaanstermijn van 100 jaar, dan lijkt dat geweldig maar strikt genomen stelt het wat bevolkingsaantal betreft weinig voor. De periode vanaf de zevende eeuw tot ongeveer het jaar 1100 is in Breda duister, en de weinige vondsten uit die periode zijn niet te duiden als bewijzen van continue bewoning. Dit noem ik het gat van Breda. Dit is niet een bijzonder kenmerk van Breda. Het gaat om een periode (van de zevende tot in de tiende eeuw) die in veel landen en streken duister en zeer vondstarm is. De fervente museumbezoeker weet dat maar al te goed.

Het Bredase gat wordt gedicht (en dat is ook gebruikelijk) door Vikingen en Noormannen op te voeren. Het merkwaardige daaraan is dat de verhalen sterk zijn en dat de vondsten ontbreken. Ik citeer even uit de meest onverdachte bron die we in Nederland hebben: Archeologie van middeleeuws Nederland, uitgegeven door het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. Daarin staat het volgende: "Overigens is van invallen of de aanwezigheid van Vikingen in Nederland archeologisch gezien weinig te merken. Enkele ringwalburchten in Zeeland (Oost-Souburg, Middelburg, Domburg) zijn mogelijk aangelegd om de bewoners tegen aanvallen te beschermen. Ook is er een aantal losse vondsten gedaan die met Vikingen in verband gebracht kunnen worden. Maar meer is er niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het oosten van Engeland, dat de Vikingen regelmatig op hun strooptochten 'bezochten'. Een aantal van hen vestigde zich daar uiteindelijk , vermengde zich met de lokale bevolking, en liet sporen achter, vooral in de geografische namen, in de Engelse taal en natuurlijk in de grond." Ook in Breda en omgeving is tot nu toe nog niets uit deze periode gevonden. Toch is er best een kans dat Breda in feite een Vikingen- nederzetting was. De tochten van Vikingen in België en Frankrijk, en vooral ook hun opbouwende activiteiten, zijn beschreven in het boek De Vikingen bij Ons (van de Gentse historicus Marcel Mestdagh), waarvan over enige maanden een nieuwe uitgave verschijnt. Breda komt zeker in aanmerking als mogelijke vestigingslocatie van Vikingen. Deze hypothese is reeds in 1988 naar voren gebracht door de amateur-historicus A. Laarhoven uit Helmond die ook een roman over deze situatie heeft gepubliceerd. Het door de Bredase archeologen gezochte eerste kasteel van Breda ( het zogenaamde spookkasteel) kan heel goed een soort Vikingenburgt geweest zijn, zoals die door Laarhoven beschreven is.

Aannemelijk lijkt daarom voorlopig het volgende: in de achtste, negende en tiende eeuw is er geen continuïteit in de bewoning in de regio Breda aantoonbaar, maar het kan zijn dat in de tiende eeuw Vikingen of een groep mensen die zo genoemd werd zich aan de Brede Aa gevestigd heeft. Niet meer historie proclameren dan redelijk te beargumenteren is, lijkt verstandig. Breda kan zich niet permitteren de mythe te scheppen van een stad die al drie millennia zou bestaan. Het in 1905 door koningin Wilhelmina onthulde Baroniemonument in het Valkenberg moet daarvoor onbedoeld waarschuwen. Dit monument is namelijk een duidelijk voorbeeld van verzonnen traditie en geschiedenisvervalsing. Het monument diende om Breda als baronie te presenteren, terwijl deze baronie al eeuwenlang niet meer bestond. Een oude situatie werd gebruikt om een aantrekkelijke Nassau- regio voor te spiegelen, met alle economische voordelen vandien. Op het monument staan wapens van gemeenten die voorheen nooit tot de baronie hebben behoord. Uit de lijst van de heren van Breda is Jan van Nassau (1630-1637) weggelaten. Hij was namelijk katholiek en dat maakte hem in de ogen van de oprichters ongeschikt voor een vermelding als lid van ons vorstenhuis. Zijn graf kunt u nu bewonderen in Diest. Maar de manipulatie met het begrip "Baronie van Breda" honderd jaar geleden heeft alles bij elkaar toch aardig gewerkt. Ook al klopt een historisch verhaal niet, dan kan het toch nog wel nut hebben.

Literatuur

  1. M,. Dillo e.a., Oorkondenboek van Noord-Brabant, deel 2: De heerlijkheden Breda en Bergen op zoom, Den Haag 2000
  2. A. Laarhoven, Bijdrage tot de vroegste geschiedenis van Stad en Land van Breda en omgeving, Helmond 1988
  3. A. Laarhoven, Het ontstaan van de Enighe van Oisterwijk, Helmond 1995
  4. A. Laarhoven, periode 600- 1250, Helmond 1997, Lotharike in de vroege Middeleeuwen
  5. L. Nierse. Historisch Schetsboek, artikelen www. bndestem.nl
  6. M. Mestdagh, De Vikingen bij ons, Gent 1989
  7. Noord-Brabants Historisch Nieuwsblad van december 1999 en juli 2000
  8. H. Oosterveen, Breda al 3500 jaar in trek als woonplaats, Archeologisch Magazine augustus/ september 2002
  9. A. Peddemors en A. Carmiggelt, Archeologie van middeleeuws Nederland, Amsterdam 1993
  10. SEMafoor, Tijdschrift over het eerste millennium, Hof 6, 4854 AZ Bavel, tel. 0161- 434110


Valid HTML 4.01!